wetzoeker

Artikel 12 Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie

: COMPENSERENDE MAATREGELEN

12.1 Belanghebbende Leden en alle andere belanghebbenden bij een onderzoek in verband met compenserende rechten worden in kennis gesteld van de informatie die de autoriteiten wensen te ontvangen en krijgen ruimschoots gelegenheid om het bewijsmateriaal dat zij voor het betrokken onderzoek van belang achten schriftelijk voor te leggen.

12.1.1 Exporteurs, buitenlandse producenten en belanghebbende Leden die een vragenlijst ontvangen betreffende een onderzoek in verband met compenserende rechten beschikken over ten minste 30 dagen om de vragenlijst te beantwoorden

1) In het algemeen wordt de termijn voor exporteurs berekend vanaf de dag van ontvangst van de vragenlijst, die voor dit doel geacht wordt te zijn ontvangen binnen één week nadat hij aan de respondent of via de geëigende diplomatieke vertegenwoordigers van het exporterende Lid is toegezonden of, in geval van een afzonderlijk douanegebied dat Lid is van de WTO, een officiële vertegenwoordiger van het gebied van uitvoer.

. Met redenen omklede verzoeken tot verlenging van de termijn van 30 dagen dienen in welwillende overweging te worden genomen, en dienen, voor zover dit praktisch mogelijk is, te worden ingewilligd.

12.1.2 Onder voorbehoud van de verplichting tot bescherming van vertrouwelijke informatie, wordt bewijsmateriaal dat een belanghebbend Lid of belanghebbende partij schriftelijk heeft voorgelegd zo spoedig mogelijk ter beschikking gesteld van het andere belanghebbende Lid of de andere belanghebbende partijen die aan het onderzoek deelnemen.

12.1.3 Zodra een onderzoek is geopend, doen de autoriteiten de volledige tekst van het ingevolge artikel 11, lid 1, ontvangen schriftelijke verzoek aan de gekende exporteurs

2) Is het aantal betrokken exporteurs bijzonder groot, dan behoeft de volledige tekst van het verzoek slechts te worden toegezonden aan de autoriteiten van het exporterende Lid of de desbetreffende handelsvereniging die kopieën aan de betrokken exporteurs dient toe te zenden.

, en de autoriteiten van het exporterende Lid toekomen en stellen deze, op verzoek, ter beschikking van de andere betrokken belanghebbenden, met inachtneming van de verplichting tot bescherming van vertrouwelijke informatie, zoals in lid 4 bedoeld.

12.2 Belanghebbende Leden en partijen hebben, op een met redenen omkleed verzoek, het recht inlichtingen mondeling te verstrekken. Worden inlichtingen mondeling verstrekt, dan moeten de belanghebbende Leden en partijen deze vervolgens op schrift stellen. Een besluit van de met onderzoek belaste autoriteiten kan slechts gebaseerd zijn op inlichtingen en argumenten die zich in het dossier van deze autoriteiten bevinden en die de belanghebbende Leden en partijen die aan het onderzoek hebben deelgenomen ter beschikking stonden, waarbij echter rekening dient te worden gehouden met de noodzaak tot bescherming van vertrouwelijke gegevens.

12.3 De autoriteiten geven, voor zover praktisch mogelijk, alle belanghebbende Leden en partijen voldoende gelegenheid tot inzage in alle voor de presentatie van hun zaak relevante stukken die niet vertrouwelijk zijn in de zin van lid 4 en die de autoriteiten bij een onderzoek in verband met compenserende rechten gebruiken; zij geven deze belanghebbende Leden en partijen ook voldoende gelegenheid hun argumenten op grond van deze gegevens voor te leggen.

12.4 Inlichtingen die vanwege hun aard vertrouwelijk zijn (bijvoorbeeld omdat bekendmaking ervan een concurrent aanmerkelijk zou bevoordelen of omdat bekendmaking ervan ernstige nadelige gevolgen zou hebben voor de persoon die de informatie heeft verstrekt of voor de persoon van wie deze informatie is verkregen) of die door partijen bij een onderzoek als vertrouwelijk wordt verstrekt, worden, indien daarvoor geldige redenen worden opgegeven, als dusdanig door de autoriteiten behandeld. Dergelijke informatie kan niet worden bekendgemaakt zonder de uitdrukkelijke toestemming van degene die ze heeft verstrekt

1) De Leden zijn zich ervan bewust dat op het grondgebied van bepaalde Leden bekendmaking bij een nauw omschreven conservatoir bevelschrift verplicht kan zijn.

.

12.4.1 De autoriteiten vragen dat belanghebbende Leden of partijen die vertrouwelijke inlichtingen verstrekken daarvan een niet-vertrouwelijke samenvatting toezenden. Deze samenvattingen moeten gedetailleerd genoeg zijn om een redelijk inzicht te verschaffen in de essentie van de als vertrouwelijk medegedeelde gegevens. In buitengewone omstandigheden kunnen deze Leden of partijen aangeven dat deze inlichtingen niet kunnen worden samengevat. In dergelijke buitengewone omstandigheden moet worden aangegeven waarom het niet mogelijk is een samenvatting te verstrekken.

12.4.2 Indien de autoriteiten van oordeel zijn dat een verzoek om vertrouwelijke behandeling niet gegrond is en degene die de inlichtingen heeft verstrekt niet bereid is deze bekend te maken of de bekendmaking ervan in algemene bewoordingen of in samengevatte vorm toe te staan, kunnen de autoriteiten deze informatie buiten beschouwing laten tenzij te hunnen genoegen uit goede bronnen blijkt dat de inlichtingen juist zijn

2) De Leden zijn het erover eens dat verzoeken om vertrouwelijke behandeling niet willekeurig van de hand mogen worden gewezen en dat de met onderzoek belaste autoriteiten de geheimhoudingsplicht slechts kunnen opheffen voor gegevens die voor de procedure relevant zijn.

.

12.5 Behoudens in de in lid 7 bedoelde omstandigheden, controleren de autoriteiten in de loop van het onderzoek of de inlichtingen die belanghebbende Leden of partijen hebben verstrekt en waarop zij hun bevindingen baseren, juist zijn.

12.6 De met onderzoek belaste autoriteiten kunnen het onderzoek zo nodig op het grondgebied van andere Leden verrichten, mits zij het betrokken Lid hiervan tijdig in kennis stellen en dit Lid hiertegen geen bezwaar maakt. Voorts kunnen deze autoriteiten het onderzoek in de lokalen van een onderneming verrichten en de administratie van deze onderneming onderzoeken indien a. de onderneming hiervoor toestemming geeft, en b. het betrokken Lid hiervan in kennis is gesteld en daartegen geen bezwaar maakt. De in Bijlage VI omschreven procedures zijn van toepassing bij onderzoek in de lokalen van een onderneming. Onder voorbehoud van de verplichting tot bescherming van vertrouwelijke gegevens, stellen de autoriteiten de resultaten van het onderzoek ter beschikking van de ondernemingen waarop ze betrekking hebben, of zorgen zij ervoor dat deze resultaten aan deze ondernemingen ter beschikking worden gesteld, overeenkomstig lid 8. Ze kunnen deze resultaten ook de indieners van het verzoek ter beschikking stellen.

12.7 Indien een belanghebbend Lid of een belanghebbende partij binnen een redelijke termijn geen toegang verleent tot de noodzakelijke informatie of deze anderszins niet verstrekt, of het onderzoek aanmerkelijk belemmert, kunnen aan de hand van de beschikbare gegevens voorlopige en definitieve conclusies worden getrokken, zowel in positieve als in negatieve zin.

12.8 Voordat definitieve conclusies worden getrokken stellen de autoriteiten alle belanghebbende Leden en partijen in kennis van de voornaamste onderzochte feiten die aan het besluit tot het al dan niet nemen van definitieve maatregelen ten grondslag liggen. Deze kennisgeving moet tijdig genoeg gebeuren om alle partijen de gelegenheid te geven hun belangen te verdedigen.

12.9 Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt onder „belanghebbende partij” verstaan:

i. een exporteur of buitenlandse producent of de importeur van een produkt dat wordt onderzocht, of een vereniging van producenten of handelaars waarvan de meeste leden producenten, exporteurs of importeurs van dit produkt zijn; en

ii. een producent van het soortgelijke produkt in het importerende Lid of een vereniging van producenten of handelaars waarvan de meeste leden het soortgelijke produkt in het gebied van het importerende Lid produceren.

Deze lijst belet niet dat Leden andere binnen- of buitenlandse partijen dan bovengenoemde als belanghebbende partij kunnen beschouwen.

12.10 Industriële gebruikers van het onderzochte produkt, representatieve consumentenorganisaties (wanneer het om produkten gaat die courant in de detailhandel worden verkocht) worden door de autoriteiten in de gelegenheid gesteld inlichtingen te verstrekken in verband met het onderzoek inzake subsidiëring, schade en oorzakelijk verband.

12.11 De autoriteiten houden rekening met de moeilijkheden die belanghebbende partijen, en met name kleine bedrijven, kunnen hebben om de gevraagde informatie te verstrekken en verlenen deze, voor zover praktisch mogelijk, hulp.

12.12 De hierboven omschreven procedures hebben niet ten doel de autoriteiten van een Lid te beletten zo snel mogelijk te handelen wat betreft het openen van een onderzoek, het trekken van voorlopige of definitieve conclusies in zowel positieve als negatieve zin, of het nemen van voorlopige of definitieve maatregelen, overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst.

Regeling
Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie
Afkortingen
GATS, GATT 1994, TRIPS, WTO, WTO Oprichting
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
23-01-2017
BWB-id
BWBV0001160
Versie
2017-01-23_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl