wetzoeker

Artikel 10 Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie

10.1 Voorlopige maatregelen en anti-dumpingrechten worden slechts toegepast op produkten die ten verbruik worden aangegeven, nadat het besluit op grond van artikel 7, lid 1, respectievelijk artikel 9, lid 1, in werking is getreden, behalve in de in dit artikel vermelde uitzonderingsgevallen.

10.2 Wanneer een definitieve vaststelling van schade (maar niet van dreigende schade of de aanzienlijke vertraging van de vestiging van een bedrijfstak) is gedaan of, in het geval van een definitieve vaststelling van dreigende schade, wanneer de invoer met dumping, in afwezigheid van voorlopige maatregelen, tot een vaststelling van schade zouden hebben geleid, kunnen met terugwerkende kracht anti-dumpingrechten worden geheven voor de periode waarin eventueel voorlopige maatregelen van toepassing waren.

10.3 Is het definitieve anti-dumpingrecht hoger dan het betaalde of te betalen voorlopige recht, of het met het oog op zekerheidstelling geraamde bedrag, dan wordt het verschil niet geïnd. Is het definitieve recht lager dan het betaalde of te betalen voorlopige recht of het met het oog op zekerheidstelling geraamde bedrag, dan wordt het verschil terugbetaald of het recht opnieuw berekend, al naar gelang van het geval.

10.4 Behoudens het bepaalde in lid 2 kan, wanneer dreigende schade of de aanmerkelijke vertraging van de vestiging van een bedrijfstak is vastgesteld (maar wanneer zich nog geen schade heeft voorgedaan), een definitief anti-dumpingrecht slechts worden ingesteld vanaf de datum waarop de dreigende schade of aanzienlijke vertraging zijn vastgesteld. Geldsommen die tijdens de toepassing van de voorlopige maatregelen zijn gestort worden zo spoedig mogelijk terugbetaald en gestelde zekerheden zo spoedig mogelijk vrijgegeven.

10.5 Wanneer een definitieve vaststelling negatief is, worden geldsommen die tijdens de toepassing van de voorlopige maatregelen zijn gestort zo spoedig mogelijk terugbetaald en gestelde zekerheden zo spoedig mogelijk vrijgegeven.

10.6 Een definitief anti-dumpingrecht kan worden geheven van produkten die ten hoogste 90 dagen voor de datum van inwerkingtreding van de voorlopige maatregelen ten verbruike zijn aangegeven, indien de autoriteiten ten aanzien van het met dumping ingevoerde produkt vaststellen dat:

i. in het verleden dumping met daaruit voortvloeiende schade werd geconstateerd of de importeur ervan op de hoogte was of had moeten zijn, dat de exporteur zich aan invoer met dumping schuldig maakt en dat deze dumping schade zou veroorzaken, en

ii. dat de schade wordt veroorzaakt door de massale invoer met dumping van een bepaald produkt binnen een relatief korte termijn waardoor, gezien het tijdstip waarop en de omvang waarin de invoer met dumping plaatsvindt en andere omstandigheden (zoals een snelle voorraadvorming van het ingevoerde produkt), het corrigerende effect van het toe te passen definitieve anti-dumpingrecht dreigt te worden ondermijnd, op voorwaarde dat de betrokken importeurs in de gelegenheid zijn gesteld opmerkingen te maken.

10.7 Nadat zij een onderzoek hebben geopend, kunnen de autoriteiten de in lid 6 bedoelde maatregelen nemen die noodzakelijk zijn om de anti-dumpingrechten met terugwerkende kracht in te vorderen, zoals het niet-vaststellen van de douanewaarde of van het recht, zodra zij over voldoende bewijzen beschikken dat de in dit lid gestelde voorwaarden vervuld zijn.

10.8 Er worden geen rechten met terugwerkende kracht geheven overeenkomstig artikel 6 op produkten die voor de opening van het onderzoek ten verbruike werden aangegeven.

Regeling
Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie
Afkortingen
GATS, GATT 1994, TRIPS, WTO, WTO Oprichting
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
23-01-2017
BWB-id
BWBV0001160
Versie
2017-01-23_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl