Artikel 9 Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie
1 De hierna genoemde uitvoersubsidies vallen onder de verlagingsverbintenissen in het kader van deze Overeenkomst:
a. de toekenning door de overheid of door overheidsinstanties aan een bedrijf, een bedrijfstak, producenten van een landbouwprodukt, een coöperatie of een ander samenwerkingsverband van dergelijke producenten of aan een officiële afzetorganisatie, van directe subsidies, waaronder betalingen in natura, die afhankelijk zijn van de uitvoer;
b. de verkoop of afzet via uitvoer, door de overheid of door overheidsinstanties van niet-commerciële voorraden landbouwprodukten tegen een lagere prijs dan de vergelijkbare prijs die voor het corresponderende produkt in rekening wordt gebracht aan kopers op de interne markt;
c. betalingen bij uitvoer van een landbouwprodukt die worden gefinancierd krachtens overheidsmaatregelen, al of niet ten laste van de openbare middelen, waaronder betalingen die worden gefinancierd uit de opbrengst van een heffing op het betrokken landbouwprodukt of op een landbouwprodukt waarvan het uitgevoerde produkt een afgeleid produkt is;
d. de toekenning van subsidies ter verlaging van de afzetkosten bij uitvoer van landbouwprodukten (andere dan algemeen beschikbare diensten voor uitvoerbevordering en advies terzake), waaronder kosten van handling, kwaliteitsverbetering en andere verwerkingskosten en de kosten van internationaal vervoer;
e. door of in opdracht van de overheid bij verzending naar het buitenland toegepaste tarieven voor intern vervoer die gunstiger zijn dan de tarieven voor binnenlandse verzendingen;
f. subsidies voor landbouwprodukten die afhankelijk zijn van de verwerking daarvan in produkten die worden uitgevoerd.
2
a. Onverminderd het bepaalde onder b. gelden de verbintenissen inzake het niveau van de uitvoersubsidie in de afzonderlijke jaren van de uitvoeringsperiode die de Leden voor de in lid 1 van dit artikel opgesomde uitvoersubsidies in hun Lijsten hebben opgenomen,
i. wat de verbintenissen tot verlaging van de begrotingsuitgaven betreft, als het maximumniveau van de uitgaven voor dergelijke subsidies dat in dat jaar mag worden uitgetrokken of vastgelegd voor het betrokken landbouwprodukt of de betrokken groep landbouwprodukten, en
ii. wat de verbintenissen tot verlaging van het volume van de uitvoer betreft, als de maximumhoeveelheid van een landbouwprodukt of een groep landbouwprodukten waarvoor in dat jaar dergelijke uitvoersubsidies mogen worden toegekend.
b. Van het tweede tot en met het vijfde jaar van de uitvoeringsperiode mogen de Leden bij de toekenning van de in lid 1 genoemde uitvoersubsidies de verbintenissen voor een bepaald jaar die voor de produkten of groepen produkten zijn gespecificeerd in Deel IV van hun Lijst overschrijden op voorwaarde dat:
i. de cumulatieve begrotingsuitgaven voor dergelijke subsidies vanaf het begin van de uitvoeringsperiode tot en met het betrokken jaar, de cumulatieve uitgaven die het resultaat zouden zijn geweest van volledige nakoming van de relevante verbintenissen over de uitgaven per jaar die zijn gespecificeerd in de Lijst van het betrokken Lid ten hoogste overschrijden met 3% van de betrokken begrotingsuitgaven in de basisperiode;
ii. de cumulatieve uitvoer met behulp van dergelijke uitvoersubsidies vanaf het begin van de uitvoeringsperiode tot en met het betrokken jaar, de cumulatieve uitvoer die het resultaat zou zijn geweest van volledige nakoming van de relevante verbintenissen over de hoeveelheden per jaar die zijn gespecificeerd in de Lijst van het betrokken Lid ten hoogste overschrijdt met 1,75% van de uitvoer in de basisperiode;
iii. over de hele uitvoeringsperiode de totale cumulatieve begrotingsuitgaven voor dergelijke uitvoersubsidies en de uitvoer waarvoor dergelijke uitvoersubsidies zijn toegekend, niet groter zijn dan de totale bedragen en de totale uitvoer die het resultaat zouden zijn geweest van volledige nakoming van de relevante verbintenissen per jaar die zijn gespecificeerd in de Lijst van het betrokken Lid, en
iv. de begrotingsuitgaven van een Lid voor uitvoersubsidies en de uitvoer van dat Lid met dergelijke subsidies aan het einde van de uitvoeringsperiode niet groter zijn dan 64, respectievelijk 79% van het niveau van de basisperiode 1986–1990. Voor Leden die ontwikkelingslanden zijn, bedragen deze percentages 76, respectievelijk 86%.
3 De verbintenissen om de werkingssfeer van de uitvoersubsidies niet uit te breiden, zijn gespecificeerd in de Lijsten.
4 Tijdens de uitvoeringsperiode behoeven de Leden die ontwikkelingslanden zijn geen verbintenissen aan te gaan voor de in lid 1, d. en e., genoemde uitvoersubsidies, op voorwaarde dat deze uitvoersubsidies niet zo worden toegepast dat daardoor de verbintenissen inzake steunverlaging worden omzeild.
- Regeling
- Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie
- Afkortingen
- GATS, GATT 1994, TRIPS, WTO, WTO Oprichting
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 23-01-2017
- BWB-id
- BWBV0001160
- Versie
- 2017-01-23_0