wetzoeker

II Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie

Bij het onderzoek in verband met compenserende rechten op grond van deze Overeenkomst dienen de met onderzoek belaste autoriteiten bij het onderzoek naar terugbetalingen voor vervangingsgoederen als volgt te werk te gaan:

1. Volgens punt i. van de lijst van voorbeelden kunnen binnenlandse produktiemiddelen in plaats van invoergoederen bij de vervaardiging van een exportprodukt worden gebruikt, mits het binnenlandse produkt in dezelfde hoeveelheid wordt gebruikt en dezelfde kwaliteit en kenmerken heeft als het invoergoed dat het vervangt. Het bestaan van een verificatieregeling of -procedure is van belang omdat de overheid van het exporterende Lid met behulp daarvan erop kan toezien en aantonen dat de hoeveelheid produktiemiddelen waarvoor terugbetaling wordt gevraagd niet groter is dan de hoeveelheid soortgelijke uitgevoerde produkten, in welke vorm dan ook, en dat er geen hoger bedrag aan invoerheffingen wordt terugbetaald dan oorspronkelijk op de betrokken invoergoederen is geheven.

2. Wanneer wordt aangevoerd dat terugbetalingen voor vervangingsgoederen als subsidies zijn te beschouwen, dienen de met het onderzoek belaste autoriteiten eerst vast te stellen of de overheid van het exporterende Lid een verificatieregeling of -procedure kent of toepast. Wordt vastgesteld dat een dergelijke regeling of procedure wordt toegepast, dan dienen de met onderzoek belaste autoriteiten vervolgens te onderzoeken of de verificatieprocedures redelijk zijn, aan het gestelde doel beantwoorden en gebaseerd zijn op in het exportland algemeen aanvaarde handelspraktijken. Wordt vastgesteld dat dit inderdaad het geval is en dat de procedures effectief worden toegepast, dan wordt niet vermoed dat van subsidie sprake is. De met het onderzoek belaste autoriteiten kunnen het nodig achten om, overeenkomstig artikel 12, lid 6, bepaalde praktische controles uit te voeren om de inlichtingen te verifiëren of om zich ervan te overtuigen dat de verificatieprocedures effectief worden toegepast.

3. Indien geen verificatieprocedures bestaan, indien deze niet redelijk zijn, of wanneer deze procedures wel zijn ingesteld en redelijk bevonden doch ze blijken niet of niet doelmatig te worden toegepast, dan kan er sprake zijn van subsidie. In dergelijke gevallen dient een verder onderzoek door het exporterende Lid op grond van de betrokken transacties te worden uitgevoerd om vast te stellen of er teveel is betaald. Indien de met onderzoek belaste autoriteiten zulks nodig achten, wordt een verder onderzoek uitgevoerd overeenkomstig lid 2.

4. Bevat de regeling voor de terugbetaling van invoerheffingen op vervangingsmiddelen de bepaling dat exporteurs de invoerzendingen mogen aanwijzen waarop zij hun aanvraag om terugbetaling baseren, dan is dit op zich geen bewijs van subsidie.

5. Aangenomen wordt dat de terugbetaling van invoerheffingen in de zin van punt i. te hoog is indien de overheid rente heeft betaald op de sommen die zij in het kader van hun terugbetalingsregelingen hebben terugbetaald, waarbij het teveel betaalde het bedrag van de werkelijk betaalde of te betalen rente is.

Regeling
Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie
Afkortingen
GATS, GATT 1994, TRIPS, WTO, WTO Oprichting
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
23-01-2017
BWB-id
BWBV0001160
Versie
2017-01-23_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl