wetzoeker

Bijlage III Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie

1. De in artikel 20, lid 1 bedoelde termijn van vijf jaar waarmee Leden die ontwikkelingslanden zijn de toepassing van de Overeenkomst kunnen uitstellen, kan in de praktijk voor sommige van deze Leden ontoereikend zijn. In dergelijke gevallen kan een Lid dat een ontwikkelingsland is voor het verstrijken van de in artikel 20, lid 1 bedoelde termijn, om verlenging daarvan verzoeken. De Leden nemen een dergelijk verzoek in welwillende overweging wanneer het betrokken Lid dit verzoek naar behoren kan motiveren.

2. Ontwikkelingslanden die voor het bepalen van de douanewaarde momenteel van ambtswege vastgestelde minimumwaarden hanteren, zullen mogelijkerwijze een voorbehoud willen maken om dergelijke methoden van waardebepaling gedurende een overgangsperiode op beperkte schaal te handhaven onder de voorwaarden die door de Leden worden overeengekomen.

3. Ontwikkelingslanden die van oordeel zijn dat de mogelijkheid tot omkering van de volgorde op verzoek van de importeur, waarin artikel 4 van de Overeenkomst voorziet, problemen kan doen rijzen, zullen ten aanzien van dit artikel mogelijkerwijze een voorbehoud willen maken dat als volgt luidt:

„De autoriteiten van .... behouden zich het recht voor te bepalen dat de desbetreffende bepaling van artikel 4 van de Overeenkomst uitsluitend van toepassing is wanneer de douane-instanties het verzoek tot omkering van de volgorde van de artikelen 5 en 6 inwilligen”.

Wanneer ontwikkelingslanden een dergelijk voorbehoud maken, wordt dit door de Leden op grond van artikel 21 van de Overeenkomst aanvaard.

4. Ontwikkelingslanden zullen ten aanzien van het bepaalde in artikel 5, lid 2 van de Overeenkomst mogelijkerwijze het volgende voorbehoud willen maken:

„De autoriteiten van .... behouden zich het recht voor te bepalen dat artikel 5, lid 2 van de Overeenkomst wordt toegepast met inachtneming van de desbetreffende aantekening, ongeacht of de importeur daarom verzoekt”.

Indien ontwikkelingslanden een dergelijk voorbehoud maken, wordt dit door de Leden op grond van artikel 21 van de Overeenkomst aanvaard.

5. Bepaalde ontwikkelingslanden kunnen problemen ontmoeten bij de toepassing van artikel 1 van de Overeenkomst wat de invoer in hun land door exclusieve agenten, exclusieve distributeurs en exclusieve concessiehouders betreft. Indien dergelijke problemen zich in de praktijk voordoen bij de toepassing van de Overeenkomst door Leden die ontwikkelingslanden zijn, wordt het vraagstuk op verzoek van deze Leden aan een onderzoek onderworpen ten einde hiervoor een passende oplossing te vinden.

6. In artikel 17 wordt erkend dat de douanediensten het voor de toepassing van de Overeenkomst noodzakelijk kunnen achten een onderzoek in te stellen naar de echtheid of de juistheid van met het oog op de vaststelling van de douanewaarde voorgelegde verklaringen, documenten of aangiften. Ingevolge dit artikel kan derhalve een onderzoek worden ingesteld met het doel, bij voorbeeld, na te gaan of de elementen die de douane ten behoeve van de vaststelling van de douanewaarde worden aangereikt volledig en juist zijn. Onverminderd hun nationale wetgeving en procedures kunnen de Leden van de importeurs verlangen dat zij hun volledige medewerking verlenen aan deze onderzoeken.

7. De werkelijk betaalde of te betalen prijs omvat alle daadwerkelijk verrichte of te verrichten betalingen, hetzij door de koper aan de verkoper, hetzij door de koper aan een derde partij ter voldoening van een verplichting van de verkoper, die een voorwaarde vormen voor de verkoop van de ingevoerde goederen.

Regeling
Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie
Afkortingen
GATS, GATT 1994, TRIPS, WTO, WTO Oprichting
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
23-01-2017
BWB-id
BWBV0001160
Versie
2017-01-23_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl