Artikel 3 Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie
Memorandum van Overeenstemming inzake de regels en procedures betreffende de beslechting van geschillen
1 De Leden bevestigen dat zij vasthouden aan de beginselen voor de behandeling van geschillen die tot dusver werden toegepast ingevolge de artikelen XXII en XXIII van de GATT-Overeenkomst van 1947, zoals hierin nader uitgewerkt en gewijzigd.
2 Het stelsel voor geschillenbeslechting van de WTO is een hoofdpijler waarmee aan het multilaterale handelsstelsel zekerheid en voorspelbaarheid wordt toegevoegd. De Leden erkennen dat het dient ter bescherming van de rechten en verplichtingen van de Leden ingevolge de vermelde overeenkomsten en ter verheldering van de bestaande bepalingen van die overeenkomsten in overeenstemming met de gebruikelijke interpretatieregels van het internationaal publiek recht. Aanbevelingen en uitspraken van het DSB kunnen de in de vermelde overeenkomsten bepaalde rechten en verplichtingen niet aanvullen of beperken.
3 Spoedig een regeling treffen voor omstandigheden waarin een Lid van mening is dat voordelen die hem al dan niet rechtstreeks toekomen ingevolge de vermelde overeenkomsten worden uitgehold door maatregelen van een ander Lid, is van wezenlijk belang voor het effectief functioneren van de WTO en het bewaren van een juist evenwicht tussen de rechten en verplichtingen van Leden.
4 Aanbevelingen of uitspraken van het DSB hebben tot doel te komen tot een bevredigende regeling van de kwestie in overeenstemming met de rechten en verplichtingen ingevolge dit Memorandum van Overeenstemming en ingevolge de vermelde overeenkomsten.
5 Alle oplossingen voor kwesties die formeel zijn voorgelegd ingevolge de regels en procedures inzake overleg en geschillenbeslechting van de vermelde overeenkomsten, met inbegrip van arbitrale uitspraken, dienen in overeenstemming te zijn met die overeenkomsten en mogen voordelen die een Lid ingevolge die overeenkomsten toekomen, niet tenietdoen of uithollen, noch de verwezenlijking van een doelstelling van die overeenkomsten belemmeren.
6 Onderling overeengekomen oplossingen voor kwesties die formeel zijn voorgelegd ingevolge de bepalingen inzake overleg en geschillenbeslechting van de vermelde overeenkomsten worden ter kennis van het DSB en de desbetreffende raden en commissies gebracht, waarbij elk Lid alle daarop betrekking hebben punten naar voren kan brengen.
7 Alvorens een zaak aanhangig te maken beoordeelt een Lid zelf of handelen overeenkomstig deze procedures zinvol zou zijn. De regeling inzake geschillenbeslechting heeft tot doel een positieve oplossing voor een geschil te bewerkstelligen. Een oplossing die wederzijds aanvaardbaar is voor de partijen bij het geschil en die verenigbaar is met de vermelde overeenkomsten, verdient duidelijk de voorkeur. Bij gebreke van een onderling overeengekomen oplossing, is normaliter de eerste doelstelling van de regeling inzake geschillenbeslechting te bewerkstelligen dat de desbetreffende maatregelen worden ingetrokken indien deze onverenigbaar worden geacht met de bepalingen van één van de vermelde overeenkomsten. Tot het bieden van compensatie dient slechts de toevlucht te worden genomen indien de onmiddellijke intrekking van de maatregel niet uitvoerbaar is en dan slechts als tijdelijke maatregel in afwachting van de intrekking van de maatregel die onverenigbaar is met een vermelde overeenkomst. Het laatste hulpmiddel dat dit Memorandum van Overeenstemming biedt voor het Lid dat de procedures voor geschillenbeslechting inroept, is de mogelijkheid de toepassing van concessies of andere verplichtingen ingevolge de vermelde overeenkomsten op discriminatoire wijze jegens het andere Lid te schorsen, op voorwaarde dat het DSB machtiging verleent voor dergelijke maatregelen.
8 In gevallen waarin sprake is van niet-nakoming van de ingevolge een vermelde overeenkomst aangegane verplichtingen, wordt de actie vooralsnog beschouwd als een geval van tenietdoen of uitholling. Dit betekent dat normaliter wordt verondersteld dat een schending van de regels een nadelig effect heeft voor andere Leden die partij zijn bij die vermelde overeenkomst, en in die gevallen is het aan het Lid waartegen de klacht is ingediend om de beschuldiging te weerleggen.
9 De bepalingen van dit Memorandum van Overeenstemming doen geen afbreuk aan de rechten van Leden om te trachten een gezaghebbende uitlegging van de bepalingen van een vermelde overeenkomst te verkrijgen door middel van een beslissing ingevolge de WTO-Overeenkomst of een vermelde overeenkomst.
10 Er bestaat overeenstemming over het feit dat verzoeken om conciliatie en de gebruikmaking van de procedures voor geschillenbeslechting niet dienen te zijn bedoeld of worden beschouwd als contentieuze gedragingen en dat, indien een geschil ontstaat, alle Leden te goeder trouw deze procedures zullen voeren in een streven het geschil op te lossen. Er bestaat tevens overeenstemming over het feit dat klachten en klachten in reconventie met betrekking tot verschillende kwesties niet dienen te worden gevoegd.
11 Dit Memorandum van Overeenstemming wordt slechts toegepast ten aanzien van nieuwe verzoeken om overleg ingevolge de bepalingen inzake overleg van de vermelde overeenkomsten die op of na de datum van inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst zijn gedaan. Op geschillen ten aanzien waarvan het verzoek om overleg vóór de inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst werd gedaan ingevolge de GATT-Overeenkomst van 1947 of ingevolge een andere overeenkomst die aan een vermelde overeenkomst voorafging, blijven de desbetreffende regels en procedures inzake geschillenbeslechting van toepassing die onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst van kracht waren.
1) Dit lid geldt ook voor geschillen ten aanzien waarvan de rapporten van de panels niet zijn aangenomen of niet volledig ten uitvoer zijn gelegd.
12 Indien door een Lid dat ontwikkelingsland is een klacht op grond van een vermelde overeenkomst wordt ingediend tegen een Lid dat ontwikkeld land is, heeft de klager, niettegenstaande het elfde lid, het recht om zich, in plaats van op de bepalingen van de artikelen 4, 5, 6 en 12 van dit Memorandum van Overeenstemming, te beroepen op de desbetreffende bepalingen van het Besluit van de Overeenkomstsluitende Partijen van 5 april 1966 (BISD 14S/18), met dien verstande dat indien het panel van oordeel is dat de in paragraaf 7 van dit besluit bedoelde termijn te kort is om zijn rapport te verstrekken, die termijn met instemming van de klager kan worden verlengd. Voor zover er een verschil bestaat tussen de regels en procedures van de artikelen 4, 5, 6 en 12 en de desbetreffende regels en procedures van het Besluit, hebben de laatstbedoelde voorrang.
- Regeling
- Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie
- Afkortingen
- GATS, GATT 1994, TRIPS, WTO, WTO Oprichting
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 23-01-2017
- BWB-id
- BWBV0001160
- Versie
- 2017-01-23_0