wetzoeker

Artikel XX Overeenkomst inzake overheidsopdrachten

1 Elke Partij besteedt welwillende aandacht aan en geeft voldoende gelegenheid tot overleg betreffende opmerkingen die een andere Partij zou kunnen maken ten aanzien van aangelegenheden die verband houden met de toepassing van deze Overeenkomst.

2 Indien een Partij meent dat een voordeel dat zij direct of indirect uit hoofde van deze Overeenkomst geniet teniet wordt gedaan of wordt aangetast, of dat de verwezenlijking van één van de doelstellingen uit deze Overeenkomst in het geding komt door:

a. de niet-nakoming door een andere Partij of andere Partijen van hun verplichtingen uit hoofde van deze Overeenkomst; of

b. de toepassing door een andere Partij of Partijen van een maatregel, ongeacht of deze in strijd is met de bepalingen van deze Overeenkomst,

kan zij met het oog op het bereiken van een wederzijds bevredigende regeling de bepalingen van het Memorandum van Overeenstemming inzake de regels en procedures betreffende de beslechting van geschillen (hierna te noemen „het Memorandum inzake geschillenbeslechting”) toepassen.

3 Het Memorandum inzake geschillenbeslechting is van toepassing op overleg en de beslechting van geschillen uit hoofde van deze Overeenkomst, met dien verstande dat een geschil dat voortvloeit uit een overeenkomst genoemd in Aanhangsel 1, niettegenstaande artikel 22, lid 3, van het Memorandum inzake geschillenbeslechting, niet zijnde deze Overeenkomst, en geschillen voortvloeiend uit deze Overeenkomst, niet mogen leiden tot schorsing van concessies of andere verplichtingen die voortvloeien uit een andere overeenkomst genoemd in Aanhangsel 1 van het Memorandum inzake geschillenbeslechting.

Regeling
Overeenkomst inzake overheidsopdrachten
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
04-07-2014
BWB-id
BWBV0001159
Versie
2014-07-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl