wetzoeker

Artikel 25 Verdrag houdende het Statuut van de Europese Scholen

BEGROTING

De begrotingsmiddelen van de Scholen bestaan uit:

1. de bijdragen van de Lid-Staten, dat wil zeggen de doorbetaling van de bezoldigingen van de gedetacheerde of aangestelde leerkrachten en, in voorkomend geval, een door de Raad van Bestuur met eenparigheid van stemmen vastgestelde financiële bijdrage;

2. de bijdrage van de Europese Gemeenschappen die dient om het verschil tussen het totale bedrag van de uitgaven van de Scholen en het totaal van de overige ontvangsten te dekken;

3. de bijdragen van de niet-communautaire organisaties waarmee de Raad van Bestuur een overeenkomst heeft gesloten;

4. de eigen ontvangsten van de Scholen, met name de schoolgelden welke door de Raad van Bestuur ten laste worden gebracht van de ouders van leerlingen;

5. diverse ontvangsten.

De wijze waarop de bijdrage van de Europese Gemeenschappen ter beschikking wordt gesteld, wordt vastgelegd in een speciale overeenkomst tussen de Raad van Bestuur en de Commissie.

Regeling
Verdrag houdende het Statuut van de Europese Scholen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-10-2002
BWB-id
BWBV0001147
Versie
2002-10-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl