wetzoeker

Artikel XIV Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland ter aanvulling en vergemakkelijking van de werking van de Overeenkomst van de Raad van Europa inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, gesloten te Straatsburg op 8 november 1990

Elk van beide Partijen kan dit Verdrag te allen tijde beëindigen door middel van een kennisgeving langs diplomatieke weg aan de andere Partij. De beëindiging wordt van kracht zes maanden na de datum van ontvangst van deze kennisgeving, tenzij de kennisgeving inmiddels is ingetrokken.

Een uitbreiding van het Verdrag als bedoeld in artikel XII kan door elk van beide Partijen worden beëindigd door middel van een schriftelijke kennisgeving langs diplomatieke weg aan de andere Partij met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden.

Dit Verdrag treedt buiten werking zonder formele kennisgeving tussen de Partijen indien de Overeenkomst op enig tijdstip één van de Partijen niet meer bindt.

Regeling
Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland ter aanvulling en vergemakkelijking van de werking van de Overeenkomst van de Raad van Europa inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, gesloten te Straatsburg op 8 november 1990
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
02-06-1994
BWB-id
BWBV0001125
Versie
1994-06-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl