wetzoeker

Artikel VIII Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland ter aanvulling en vergemakkelijking van de werking van de Overeenkomst van de Raad van Europa inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, gesloten te Straatsburg op 8 november 1990

Naast de ingevolge artikel 27 van de Overeenkomst vereiste informatie dient bij verzoeken om voorlopige maatregelen te worden gevoegd:

a. in geval van een verzoek afkomstig uit het Verenigd Koninkrijk, een verklaring waaruit blijkt dat er een rechtszaak aanhangig is gemaakt of binnenkort zal worden gemaakt en, zo ja, wanneer;

b. in geval van een verzoek afkomstig uit het Koninkrijk der Nederlanden, een verklaring waaruit blijkt dat:

i. er een strafrechtelijk financieel onderzoek is ingesteld;

ii de voorlopige maatregel is gelast door een rechter-commissaris;

iii. een officier van justitie heeft gevorderd dat er een gerechtelijk vooronderzoek wordt ingesteld door een rechter-commissaris; of

iv. een officier van justitie een dagvaarding heeft doen uitgaan of zulks binnenkort zal doen.

Regeling
Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland ter aanvulling en vergemakkelijking van de werking van de Overeenkomst van de Raad van Europa inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, gesloten te Straatsburg op 8 november 1990
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
02-06-1994
BWB-id
BWBV0001125
Versie
1994-06-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl