wetzoeker

Artikel V Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland ter aanvulling en vergemakkelijking van de werking van de Overeenkomst van de Raad van Europa inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, gesloten te Straatsburg op 8 november 1990

Een Partij stelt de andere Partij onverwijld in kennis van elke gerechtelijke procedure die binnen haar rechtsmacht is ingeleid ter verkrijging van een rechterlijke beslissing tot opheffing van een voorlopige maatregel die is genomen naar aanleiding van een verzoek van de andere Partij. Deze kennisgeving dient de naam en het adres van het desbetreffende gerecht te bevatten, alsmede het dossiernummer en de naam, het adres, het telefoonnummer en het faxnummer van de bevoegde ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij dat gerecht. Laatstbedoelde Partij tracht haar eventuele standpunten ten aanzien van de zaak zo spoedig mogelijk na ontvangst van de kennisgeving schriftelijk kenbaar te maken aan de bevoegde ambtenaar van het Openbaar Ministerie van eerstbedoelde Partij.

Regeling
Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland ter aanvulling en vergemakkelijking van de werking van de Overeenkomst van de Raad van Europa inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, gesloten te Straatsburg op 8 november 1990
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
02-06-1994
BWB-id
BWBV0001125
Versie
1994-06-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl