wetzoeker

Artikel 6.31 Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot regeling van het scheepvaartverkeer en van de recreatie op de gemeenschappelijke Maas

VAARREGELS

1 Een schip, dat in het vaarwater of in de nabijheid daarvan op een gevaarlijke plaats gestrekt langs de zijde van het vaarwater stilligt, moet het geluidssein van een naderend schip telkens beantwoorden door het geven van één reeks klokslagen.

Het schip mag dit sein geven zonder dat het geluidssein van een naderend schip wordt gehoord.

2 Een schip, dat in het vaarwater of in de nabijheid daarvan op een gevaarlijke plaats stilligt en dat zich niet gestrekt langs de zijde van het vaarwater bevindt, moet geven: één reeks klokslagen.

Het schip moet dit sein herhalen met tussenpozen van ten hoogste één minuut.

3 De verplichting, bedoeld in het eerste en in het tweede lid, geldt niet voor een schip dat in een haven stilligt, of dat stilligt op een door de bevoegde autoriteit daartoe aangewezen plaats.

Regeling
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot regeling van het scheepvaartverkeer en van de recreatie op de gemeenschappelijke Maas
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-02-2003
BWB-id
BWBV0001124
Versie
2003-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl