wetzoeker

Artikel 1.20 Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot regeling van het scheepvaartverkeer en van de recreatie op de gemeenschappelijke Maas

ALGEMENE BEPALINGEN

1 De schipper moet aan de bevoegde autoriteit de nodige medewerking verlenen, in het bijzonder het onmiddellijk aan boord komen van haar vergemakkelijken, teneinde hem in staat te stellen zich ervan te vergewissen of de bepalingen van dit reglement worden nageleefd.

2 De bestuurder van een snelle motorboot is verplicht het certificaat bedoeld in art. 2.02, vierde lid, op hun eerste vordering aan de met de handhaving van dit reglement belaste ambtenaren ter inzage te verstrekken.

Regeling
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot regeling van het scheepvaartverkeer en van de recreatie op de gemeenschappelijke Maas
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-02-2003
BWB-id
BWBV0001124
Versie
2003-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl