wetzoeker

Artikel 10 Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan

Inzake de voorkoming en beëindiging van de verontreiniging ten gevolge van storting of verbranding

1 Elke Verdragsluitende Partij ziet toe op de naleving van de bepalingen van deze Bijlage:

a. door schepen of luchtvaartuigen die op haar grondgebied zijn ingeschreven;

b. door schepen of luchtvaartuigen die op haar grondgebied afval of andere stoffen laden die moeten worden gestort of verbrand;

c. door schepen of luchtvaartuigen waarvan wordt verondersteld dat zij zich bezighouden met storting of verbranding in haar binnenwateren of in haar territoriale zee of in het gedeelte van de zee buiten en grenzend aan de territoriale zee onder de rechtsmacht van de kuststaat in de door het internationale recht erkende mate.

2 Elke Verdragsluitende Partij geeft aan haar schepen en luchtvaartuigen voor inspectie ter zee en aan andere daarvoor in aanmerking komende diensten instructies om aan haar autoriteiten alle voorvallen en omstandigheden in het zeegebied te melden die aanleiding geven tot het vermoeden dat storting in strijd met de bepalingen van deze Bijlage heeft plaatsgevonden of op het punt staat te gebeuren. Elke Verdragsluitende Partij waarvan de autoriteiten een dergelijke melding ontvangen, stelt, indien zij zulks passend acht, elke andere betrokken Verdragsluitende Partij daarvan in kennis.

3 Geen van de bepalingen van deze Bijlage doet afbreuk aan de soevereine immuniteit waarop bepaalde schepen aanspraak kunnen maken op grond van het internationale recht.

Regeling
Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan
Afkortingen
OSPAR
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
28-10-2011
BWB-id
BWBV0001119
Versie
2011-10-28_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl