wetzoeker

Artikel 3 Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Oekraïne inzake internationaal vervoer over de weg

1 Elk der Overeenkomstsluitende Partijen kan een op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij gevestigde vervoerder toestaan vervoer van goederen of personen te verrichten:

a. tussen een plaats op haar grondgebied en een plaats buiten dat grondgebied,

b. in doorvoer over haar grondgebied, op grond van vergunningen, die worden afgegeven door de bevoegde autoriteiten of andere gemachtigde organisaties van elke Overeenkomstsluitende Partij, tenzij door de Gemengde Commissie anders overeengekomen.

2 In geen geval zijn vergunningen vereist voor de onderstaande soorten vervoer of voor ritten met onbeladen voertuigen gemaakt in verband met zulk vervoer:

• vervoer van post als openbare dienst;

• vervoer van voertuigen die zijn beschadigd of onklaar geraakt;

• vervoer van goederen in motorvoertuigen waarvan het toegestane gewicht in beladen toestand, met inbegrip van dat van aanhangwagens, niet meer is dan 6 ton of waarvan het toegestane gewicht aan lading, met inbegrip van dat van aanhangwagens, niet meer is dan 3,5 ton;

• vervoer van medische goederen en uitrusting of andere goederen vereist in noodgevallen, met name bij natuurrampen.

3 Een vervoerder mag niet onder de noemer cabotage vervoer verrichten van personen of goederen tussen twee plaatsen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij hij daartoe speciale toestemming heeft verkregen van de bevoegde autoriteiten of een andere gemachtigde organisatie van die Overeenkomstsluitende Partij.

Regeling
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Oekraïne inzake internationaal vervoer over de weg
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-1995
BWB-id
BWBV0001102
Versie
1995-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl