wetzoeker

Artikel 13 Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Estland inzake scheepvaart

1 Mochten schepen van een der Overeenkomstsluitende Partijen betrokken zijn bij ongevallen op zee of stuiten op andere gevaren in de territoriale zee, de binnenwateren of havens van de andere Overeenkomstsluitende Partij, dan verleent de laatstbedoelde Partij alle mogelijke hulp en aandacht aan de in gevaar verkerende schepen, bemanningsleden, lading en passagiers en stelt het de desbetreffende autoriteiten van de betrokken Overeenkomstsluitende Partijen onverwijld op de hoogte.

2 Wanneer lading aan boord van een schip van een der Overeenkomstsluitende Partijen dat betrokken is bij een ongeval ter zee moet worden gelost en tijdelijk opgeslagen in het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij voordat ze wordt teruggezonden naar het land van verzending of wordt vervoerd naar derde landen, dan biedt de andere Overeenkomstsluitende Partij alle vereiste voorzieningen en is zodanige lading vrijgesteld van alle douanerechten, heffingen en belastingen.

Regeling
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Estland inzake scheepvaart
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-07-1994
BWB-id
BWBV0001082
Versie
1994-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl