wetzoeker

Artikel 2 Administratieve Overeenkomst ter uitvoering van artikel 60 van de Aanvullende Overeenkomst van 3 augustus 1959, bij het Verdrag tussen de Staten die Partij zijn bij het Noordatlantisch Verdrag nopens de rechtspositie der krijgsmachten, betreffende de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde buitenlandse krijgsmachten, zoals gewijzigd bij de Overeenkomsten van 21 oktober 1971, 18 mei 1981 en 18 maart 1993

1 Verzoeken om telecommunicatiediensten dienen door de daartoe aangewezen autoriteiten van een krijgsmacht, waar nodig, te worden gericht tot de bevoegde instanties van de Duitse telecommunicatie-instelling.

2

a. Verzoeken dienen schriftelijk te worden ingediend.

b. In geval van dringende noodzaak kunnen bij wijze van uitzondering verzoeken worden gedaan per telefoon of per fax, dan wel via andere systemen voor elektronisch berichtenverkeer. Dergelijke verzoeken dienen binnen achtenveertig uur schriftelijk te worden bevestigd.

3 Waar nodig kunnen verzoeken om beschikbaarstelling van transmissiekanalen worden gedaan overeenkomstig de NATO Long Lines-procedures. Afwijkingen van deze procedures kunnen worden overeengekomen tussen een krijgsmacht en de Bondsminister voor Post en Telecommunicatie. NATO Long Lines-procedures. Afwijkingen van deze procedures kunnen worden overeengekomen tussen een krijgsmacht en de Bondsminister voor Post en Telecommunicatie.

Regeling
Administratieve Overeenkomst ter uitvoering van artikel 60 van de Aanvullende Overeenkomst van 3 augustus 1959, bij het Verdrag tussen de Staten die Partij zijn bij het Noordatlantisch Verdrag nopens de rechtspositie der krijgsmachten, betreffende de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde buitenlandse krijgsmachten, zoals gewijzigd bij de Overeenkomsten van 21 oktober 1971, 18 mei 1981 en 18 maart 1993
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
29-03-1998
BWB-id
BWBV0001080
Versie
1998-03-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl