wetzoeker

Artikel 31 Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte

RECHT VAN VESTIGING

1 In het kader van de bepalingen van deze Overeenkomst zijn er geen beperkingen van de vrijheid van vestiging voor onderdanen van een Lid-Staat van de EG of een EVA-Staat op het grondgebied van een andere staat bij de Overeenkomst. Dit geldt eveneens voor de oprichting van agentschappen, filialen of dochterondernemingen door de onderdanen van een Lid-Staat van de EG of een EVA-Staat die op het grondgebied van een van deze staten zijn gevestigd.

De vrijheid van vestiging omvat, behoudens de bepalingen van hoofdstuk 4, de toegang tot werkzaamheden anders dan in loondienst en de uitoefening daarvan alsmede de oprichting en het beheer van ondernemingen, en met name van vennootschappen in de zin van artikel 34, tweede alinea, overeenkomstig de bepalingen welke door de wetgeving van het land van vestiging voor de eigen onderdanen zijn vastgesteld.

2 De bijlagen VIII tot en met XI bevatten specifieke bepalingen inzake hel recht van vestiging.

Regeling
Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte
Afkortingen
EER
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
19-02-2025
BWB-id
BWBV0001070
Versie
2025-02-19_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl