wetzoeker

Bijlage bij het Protocol Aanvullend Protocol bij het Europees Sociaal Handvest

1. Onder de in de artikelen 1 tot en met 4 van dit Protocol bedoelde personen vallen slechts buitenlanders voorzover zij onderdaan zijn van andere Partijen en legaal verblijven of werken op het grondgebied van de betrokken Partij, met dien verstande dat bovengenoemde artikelen dienen te worden uitgelegd in het licht van de bepalingen van de artikelen 18 en 19 van het Handvest.

Deze uitlegging sluit een uitbreiding van overeenkomstige rechten tot andere personen door een der Partijen niet uit.

2. Elke Partij doet vluchtelingen als gedefinieerd in het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen en het Protocol van 31 januari 1967, die legaal op haar grondgebied verblijven, een zo gunstig mogelijke behandeling toekomen en in elk geval een niet minder gunstige dan waartoe zij zich heeft verbonden krachtens genoemd Verdrag en Protocol, alsmede krachtens alle andere bestaande internationale overeenkomsten toepasselijk ten aanzien van deze vluchtelingen.

3. Iedere Partij doet staatlozen als gedefinieerd in het Verdrag van New York van 28 september 1954 betreffende de status van staatlozen, die legaal op haar grondgebied verblijven, een zo gunstig mogelijke behandeling toekomen en in elk geval een niet minder gunstige dan waartoe zij zich heeft verbonden krachtens genoemd Verdrag, alsmede krachtens alle andere bestaande internationale overeenkomsten toepasselijk ten aanzien van deze staatlozen.

Regeling
Aanvullend Protocol bij het Europees Sociaal Handvest
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
04-09-1992
BWB-id
BWBV0001057
Versie
1992-09-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl