wetzoeker

Artikel 11 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Canada inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken

1 Een gedetineerde in de aangezochte Staat, om wiens aanwezigheid wordt verzocht in de verzoekende Staat om te getuigen of medewerking te verlenen aan een onderzoek, kan voor dat doel worden overgebracht, mits de betrokkene daarmede instemt.

2 De verzoekende Staat heeft de bevoegdheid en de plicht de persoon in bewaring te houden en in detentie naar de aangezochte Staat te doen terugkeren, zodra de aanwezigheid van de betrokkene niet langer vereist is.

3 Wanneer de duur van de opgelegde straf van een uit hoofde van dit artikel overgebrachte persoon verstrijkt terwijl deze persoon zich in de verzoekende Staat bevindt, wordt deze persoon in vrijheid gesteld en daarna behandeld als een persoon, als bedoeld in artikel 12.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Canada inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-05-1992
BWB-id
BWBV0001049
Versie
1992-05-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl