wetzoeker

Artikel 3 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Australië inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken

1 De Verdragsluitende Partijen wijzen elk een Centrale Autoriteit aan die de in dit Verdrag bedoelde verzoeken verzendt en ontvangt. Zolang de desbetreffende Verdragsluitende Partij niet een andere autoriteit aanwijst, treedt voor Australië het Attorney-General's Department te Canberra op als Centrale Autoriteit, terwijl voor het Koninkrijk der Nederlanden als Centrale Autoriteit optreden:

- voor het Koninkrijk in Europa: | Het Ministerie van Justitie te 's-Gravenhage;

- voor de Nederlandse Antillen: | Het Ministerie van Justitie te Willemstad, Curaçao; en

- voor Aruba: | Het Ministerie van Justitie te Oranjestad, Aruba

2 Verzoeken om rechtshulp worden gedaan door tussenkomst van de Centrale Autoriteiten, die zorg dragen voor de onverwijlde uitvoering van deze verzoeken.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Australië inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-06-1991
BWB-id
BWBV0001044
Versie
1991-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl