wetzoeker

Artikel 13 Verdrag inzake uitlevering tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Australië

1 Wanneer een persoon door de aangezochte Staat is overgeleverd aan de verzoekende Staat, levert laatstgenoemde Staat die persoon niet verder aan een derde Staat voor een strafbaar feit begaan vóór zijn overlevering, tenzij:

(a) de aangezochte Staat met deze uitlevering instemt; of

(b) de persoon de gelegenheid had de verzoekende Staat te verlaten en zulks niet heeft gedaan binnen vijfenveertig dagen na zijn invrijheidstelling ter zake van het strafbare feit waarvoor die persoon was overgeleverd door de aangezochte Staat of is teruggekeerd naar het grondgebied van de verzoekende Staat nadat hij dit had verlaten.

2 Alvorens in te stemmen met een verzoek ingevolge het eerste lid, letter (a), van dit artikel kan de aangezochte Staat verzoeken om overlegging van de in artikel 5 vermelde stukken.

Regeling
Verdrag inzake uitlevering tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Australië
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-02-1988
BWB-id
BWBV0001040
Versie
1988-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl