wetzoeker

Artikel 11 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen

Gevolgen van de overdracht van de tenuitvoerlegging

1 Zodra de Staat van veroordeling het verzoek om tenuitvoerlegging heeft gedaan, mag hij niet meer overgaan tot tenuitvoerlegging van de sanctie waarop het verzoek betrekking heeft. De Staat van veroordeling mag echter overgaan tot tenuitvoerlegging van een sanctie, die vrijheidsbeneming medebrengt, indien de veroordeelde zich reeds ten tijde van het verzoek in hechtenis bevindt op het grondgebied van die Staat.

2 De verzoekende Staat herkrijgt zijn recht tot tenuitvoerlegging indien:

(a) hij zijn verzoek intrekt voordat de aangezochte Staat hem in kennis heeft gesteld van zijn voornemen er gevolg aan te geven;

(b) de aangezochte Staat hem mededeelt, dat hij weigert gevolg te geven aan het verzoek;

(c) de aangezochte Staat uitdrukkelijk van zijn recht tot tenuitvoerlegging afstand doet. Deze afstand kan slechts plaatsvinden als de beide belanghebbende Staten hiermee instemmen of als de tenuitvoerlegging in de aangezochte Staat niet langer mogelijk is. In het laatste geval is de afstand verplicht, indien de verzoekende Staat daarom vraagt.

Regeling
Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
06-09-1993
BWB-id
BWBV0001038
Versie
1993-09-06_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl