wetzoeker

Artikel 3 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging

Bevoegdheid

Elke Verdragsluitende Staat die krachtens zijn eigen wet bevoegd is tot het vervolgen van een strafbaar feit kan, voor de toepassing van dit Verdrag, afzien van strafvervolging of een ingestelde strafvervolging staken, ten aanzien van een verdachte die wegens hetzelfde feit wordt of zal worden vervolgd door een andere Verdragsluitende Staat. Gelet op het bepaalde in artikel 21, tweede lid, is de beslissing tot het afzien van of het staken van strafvervolging een voorlopige, zolang geen definitieve beslissing in de andere Verdragsluitende Staat is genomen.

Regeling
Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
29-09-1990
BWB-id
BWBV0001035
Versie
1990-09-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl