wetzoeker

Artikel 28 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging

VOORLOPIGE MAATREGELEN IN DE AANGEZOCHTE STAAT

Zodra de aangezochte Staat een verzoek tot strafvervolging heeft ontvangen, vergezeld van de in artikel 15, eerste lid, bedoelde documenten, is hij bevoegd alle voorlopige maatregelen te treffen, met inbegrip van het in voorlopige hechtenis stellen van de verdachte en de inbeslagneming, die krachtens zijn wet zouden mogen worden toegepast, indien het strafbare feit waarvoor strafvervolging is verzocht, op zijn grondgebied zou zijn gepleegd.

Regeling
Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
29-09-1990
BWB-id
BWBV0001035
Versie
1990-09-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl