wetzoeker

Nr. I Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika aangaande wederzijdse rechtshulp in strafzaken

Ambassade van de Verenigde Staten van Amerika

No. 33

's-Gravenhage, 29 september 2004

Ik heb de eer te verwijzen naar het heden ondertekende Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika bevattende het instrument bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Overeenkomst betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten van Amerika, ondertekend te Washington 25 juni 2003, inzake de toepassing van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika aangaande wederzijdse rechtshulp in strafzaken, ondertekend te 's-Gravenhage 12 juni 1981. Ten behoeve van de ondertekening van dit instrument wens ik de juridische status van bepaalde nota's met betrekking tot het Rechtshulpverdrag van 1981 en de VS-EU-Overeenkomst betreffende wederzijdse rechtshulp van 2003 te verduidelijken.

Op 12 juni 1981 werden bij de ondertekening van het Rechtshulpverdrag van 1981 tevens de desbetreffende diplomatieke nota's met daarin vervat de afspraken betreffende bepaalde artikelen van het Verdrag uitgewisseld. Deze notawisseling blijft van toepassing, evenwel – tengevolge van artikel 9 van de VS-EU-Overeenkomst betreffende wederzijdse rechtshulp van 2003 – met uitzondering van het tweede lid betreffende artikel 11 van het Rechtshulpverdrag van 1981. Voorts dient het bepaalde in deze notawisseling met betrekking tot artikel 14 van het Rechtshulpverdrag van 1981 zodanig te worden uitgelegd dat artikel 8 van de VS-EU-Overeenkomst betreffende wederzijdse rechtshulp van 2003 kan worden toegepast.

Op 31 december 1985 deed de regering van het Koninkrijk der Nederlanden de regering van de Verenigde Staten van Amerika een diplomatieke nota toekomen waarin bevestigd werd dat onder andere het Rechtshulpverdrag van 1981 van toepassing blijft op de Nederlandse Antillen en Aruba. Het heden ondertekende Rechtshulpverdrag bepaalt dat de VS-EU-Overeenkomst betreffende wederzijdse rechtshulp van 2003 de toepassing van het Rechtshulpverdrag van 1981 op de Nederlandse Antillen en Aruba onverlet laat. Bijgevolg blijft het Rechtshulpverdrag van 1981 in zijn oorspronkelijke vorm van toepassing op de Nederlandse Antillen en Aruba.

Voorts wordt aangetekend dat de VS-EU-Overeenkomst betreffende wederzijdse rechtshulp van 2003 een toelichtende noot omvat die uitleg geeft „over afspraken tussen de overeenkomstsluitende partijen betreffende de toepassing van een aantal bepalingen van de overeenkomst” en er een integrerend deel van vormt. De afspraken vervat in de toelichtende noten zijn bindend voor zowel de partijen bij de VS-EU-Overeenkomst betreffende wederzijdse rechtshulp van 2003 als voor de lidstaten van de Europese Unie en bijgevolg van toepassing op de desbetreffende bepalingen van het heden ondertekende Rechtshulpverdrag.

Indien de voorgaande afspraken worden onderschreven door het Koninkrijk der Nederlanden, heb ik de eer voor te stellen dat deze Nota en de antwoordnota van Uwe Excellentie een overeenkomst zullen vormen tussen de twee Regeringen.

Ik maak van deze gelegenheid gebruik om Uwe Excellentie opnieuw te verzekeren van mijn zeer bijzondere hoogachting.

Clifford M. SOBEL

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika aangaande wederzijdse rechtshulp in strafzaken
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-02-2010
BWB-id
BWBV0001033
Versie
2010-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl