wetzoeker

Artikel 12 Uitleveringsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika

1 De aangezochte Staat deelt de verzoekende Staat onverwijld langs diplomatieke weg zijn beslissing omtrent het verzoek tot uitlevering mede.

2 De aangezochte Staat geeft de redenen voor een gehele of gedeeltelijke afwijzing van het verzoek tot uitlevering op.

3 Indien uitlevering is toegestaan, vindt overlevering van de opgeëiste persoon plaats binnen de termijn die is voorgeschreven door de wet van de aangezochte Staat. De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen bepalen in onderling overleg tijdstip en plaats van de overlevering van de opgeëiste persoon. Indien die persoon echter niet binnen de overeengekomen termijn uit het grondgebied van de aangezochte Staat is verwijderd, kan hij in vrijheid worden gesteld en kan de aangezochte Staat daarna zijn uitlevering voor hetzelfde feit weigeren.

Regeling
Uitleveringsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-02-2010
BWB-id
BWBV0001032
Versie
2010-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl