wetzoeker

Artikel 30 Europees Verdrag inzake de rechtspositie van migrerende werknemers

1 Iedere Verdragsluitende Partij neemt voor zover mogelijk passende maatregelen ten einde de migrerende werknemers en hun gezinsleden te helpen bij hun definitieve terugkeer naar hun Staat van oorsprong, met name de maatregelen bedoeld in artikel 7, tweede en derde lid, van dit Verdrag. Het verlenen van financiële hulp wordt overgelaten aan het oordeel van iedere Verdragsluitende Partij.

2 Ten einde de migrerende werknemers voor hun terugreis kennis te doen nemen van de omstandigheden waaronder zij zich weer kunnen vestigen in hun Staat van oorsprong, verstrekt deze Staat inlichtingen aan de ontvangende Staat die deze op verzoek aan de belanghebbenden ter beschikking stelt; deze inlichtingen hebben met name betrekking op:

- de arbeidsmogelijkheden en -voorwaarden in hun land van oorsprong;

- de financiële hulp die wordt verleend voor de economische reintegratie;

- het behoud van de in het buitenland verworven rechten op het gebied van de sociale zekerheid;

- de stappen die dienen te worden gedaan ten einde het vinden van huisvesting te vergemakkelijken;

- de gelijkstelling van de in het buitenland verworven vakdiploma's en eventueel de onderzoeken die nodig zijn voor het verkrijgen van de erkenning hiervan;

- de gelijkstelling van de in het buitenland behaalde getuigschriften of diploma's opdat de kinderen van migrerende werknemers op scholen kunnen worden toegelaten zonder dat hun opleiding te laag wordt gewaardeerd.

Regeling
Europees Verdrag inzake de rechtspositie van migrerende werknemers
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-05-1983
BWB-id
BWBV0001031
Versie
1983-05-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl