wetzoeker

Artikel X Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de aanvulling en het vergemakkelijken van de toepassing van het Europees Verdrag betreffende uitlevering van 13 december 1957

(bij artikel 20 van het Verdrag)

1 In de gevallen van artikel 20, eerste en tweede lid, bericht de aangezochte Staat, tegelijk met de mededeling dat de voorwerpen in beslag genomen zijn, of de opgeëiste persoon met de rechtstreekse teruggave daarvan aan de benadeelde instemt. De verzoekende Staat deelt zo spoedig mogelijk aan de aangezochte Staat mede of wordt afgezien van de overdracht van voorwerpen onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat zij op vertoon van een schriftelijke last tot teruggave, afkomstig van een met name genoemde autoriteit belast met de strafvervolging, aan de eigenaar of anderszins rechthebbende, dan wel aan een door dezen gemachtigde, overhandigd worden.

2 De aangezochte Staat zal geen zekerheidsrecht of enig ander verhaalsrecht met zakelijke werking krachtens de wettelijke bepalingen inzake de belastingen of de douane doen gelden op voorwerpen die, op last van een rechterlijke autoriteit, zonder voorwaarde van teruggave, worden overgedragen, tenzij de door het strafbare feit benadeelde eigenaar van de voorwerpen zelf terzake belastingplichtig is.

Regeling
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de aanvulling en het vergemakkelijken van de toepassing van het Europees Verdrag betreffende uitlevering van 13 december 1957
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-04-2002
BWB-id
BWBV0001030
Versie
2002-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl