wetzoeker

Artikel 8 Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname betreffende de uitlevering en rechtshulp in strafzaken

1 De rechterlijke autoriteiten van de verzoekende Partij kunnen de onmiddellijke overlevering verzoeken van een persoon wiens voorlopige aanhouding of uitlevering is verzocht.

2 Deze overlevering kan slechts plaatsvinden indien de betrokkene daarmede uitdrukkelijk instemt ten overstaan van een ambtenaar van het openbaar ministerie van de aangezochte Partij en indien ook deze ambtenaar daartoe zijn toestemming geeft.

De persoon wiens onmiddellijke overlevering is verzocht heeft het recht zich door een raadsman te doen bijstaan. Deze overlevering geschiedt zonder nadere formaliteiten.

3 Deze overlevering brengt voor de betrokkene de gevolgen mede welke zijn verbonden aan de verklaring bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder c.

Regeling
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname betreffende de uitlevering en rechtshulp in strafzaken
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
19-06-1981
BWB-id
BWBV0001024
Versie
1981-06-19_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl