wetzoeker

Artikel 8 Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname betreffende de wederzijdse erkenning en de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en authentieke akten in burgerlijke zaken

Procedure betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging

1 De partij, die de erkenning inroept of de tenuitvoerlegging verlangt, moet de volgende documenten overleggen:

a. een volledig en authentiek afschrift van de beslissing;

b. in het geval van een bij verstek gegeven beslissing: het origineel of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de documenten aan de hand waarvan kan worden vastgesteld, dat het stuk hetwelk het geding inleidt op de in het land van herkomst voorgeschreven wijze aan de niet verschenen partij was medegedeeld of betekend;

c. enig document waaruit kan worden vastgesteld dat de beslissing voldoet aan de voorwaarde van artikel 2, eerste lid, onder a., en waaruit blijkt dat de beslissing in het land van herkomst vatbaar is voor tenuitvoerlegging.

2 Indien de aangezochte autoriteit uit de inhoud van de beslissing niet kan nagaan of aan de door de Overeenkomst gestelde voorwaarden is voldaan, kan zij de overlegging van andere daartoe noodzakelijke bescheiden verlangen.

3 Geen enkele legalisatie of soortgelijke formaliteit mag worden geëist.

4 Wanneer bij de beslissing over verschillende punten van de eis afzonderlijk uitspraak is gedaan, kan de erkenning of tenuitvoerlegging voor een of meer onderdelen van de beslissing worden verleend.

Regeling
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname betreffende de wederzijdse erkenning en de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en authentieke akten in burgerlijke zaken
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
10-01-1979
BWB-id
BWBV0001018
Versie
1979-01-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl