wetzoeker

Artikel 6 Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname betreffende de wederzijdse erkenning en de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en authentieke akten in burgerlijke zaken

Erkenning en tenuitvoerlegging

1 Onverminderd het bepaalde in de artikelen 3 en 4, gaat het gerecht van het aangezochte land in geen geval over tot een onderzoek naar de juistheid van de in het land van herkomst gegeven beslissing.

2 Bij toetsing van de bevoegdheid van het gerecht van het land van herkomst is het gerecht van het aangezochte land gebonden aan de feitelijke overwegingen op grond waarvan dat gerecht zijn bevoegdheid heeft aangenomen, tenzij de beslissing bij verstek is gegeven.

Regeling
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname betreffende de wederzijdse erkenning en de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en authentieke akten in burgerlijke zaken
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
10-01-1979
BWB-id
BWBV0001018
Versie
1979-01-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl