wetzoeker

Artikel 10 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten

1 Allen die van hun vrijheid zijn beroofd dienen te worden behandeld met menselijkheid en met eerbied voor de waardigheid, inherent aan de menselijke persoon.

2

(a) Verdachten dienen, uitzonderlijke omstandigheden buiten beschouwing gelaten, gescheiden te worden gehouden van veroordeelden en dienen aanspraak te kunnen maken op een afzonderlijke behandeling overeenkomend met hun staat van niet veroordeelde persoon.

(b) Jeugdige verdachten dienen gescheiden te worden gehouden van volwassenen en zo spoedig mogelijk voor de rechter te worden geleid.

3 Het gevangenisstelsel dient te voorzien in een behandeling van gevangenen die in de eerste plaats is gericht op heropvoeding en reclassering. Jeugdige overtreders dienen gescheiden te worden gehouden van volwassenen en behandeld te worden in overeenstemming met hun leeftijd en wettelijke staat.

Regeling
Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten
Afkortingen
BUPO, VBPR
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
11-03-1979
BWB-id
BWBV0001017
Versie
1979-03-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl