wetzoeker

HOOFDSTUK 5 — ZEKERHEIDSTELLING Internationale Overeenkomst inzake de vereenvoudiging en harmonisatie van douaneprocedures

ZEKERHEIDSTELLING

5.1. Norm

De nationale wetgeving stelt de gevallen vast waarin zekerheid moet worden gesteld, evenals de vorm waarin dit dient te geschieden.

5.2. Norm

De douane stelt het bedrag van de zekerheid vast.

5.3. Norm

Een persoon die gehouden is zekerheid te stellen, kan dit doen in elke vorm die aanvaardbaar is voor de douane.

5.4. Norm

Indien de nationale wetgeving daarin voorziet, verlangt de douane geen zekerheidstelling wanneer zij de overtuiging is toegedaan dat aan een verplichting ten aanzien van de douane zal worden voldaan.

5.5. Norm

Wanneer zekerheid moet worden gesteld om te waarborgen dat aan de uit een douaneregeling voortvloeiende verplichtingen zal worden voldaan, aanvaardt de douane een doorlopende zekerheid, in het bijzonder van aangevers die regelmatig goederen aangeven bij verschillende kantoren in het douanegebied.

5.6. Norm

Wanneer zekerheid moet worden gesteld, is het bedrag daarvan zo laag mogelijk en, wanneer het een zekerheidstelling voor de betaling van rechten en heffingen betreft, niet hoger dan het bedrag dat maximaal verschuldigd kan zijn.

5.7. Norm

De gestelde zekerheid wordt vrijgegeven zo spoedig mogelijk nadat de douane zich ervan heeft vergewist dat aan de betrokken verplichtingen is voldaan.

Regeling
Internationale Overeenkomst inzake de vereenvoudiging en harmonisatie van douaneprocedures
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
03-02-2006
BWB-id
BWBV0001015
Versie
2006-02-03_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl