wetzoeker

Bijlage II Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen

Ter uitvoering van het bepaalde in Artikel VI, eerste lid, letter (a), worden de volgende stoffen en materialen genoemd, aan welker storting bijzondere zorg dient te worden besteed:

A. Afval dat aanzienlijke hoeveelheden van die hierna volgende stoffen bevat:

arsenicum lood koper zink | en hun verbindingen

organosiliconverbindingen

cyaniden

fluoriden

pesticiden en hun bijprodukten voor zover zij niet vallen onder de bepalingen van Bijlage I.

beryllium chroom nikkel vanadium | en hun verbindingen

B. Containers, schroot en ander afval in bulkvorm die tot op de zeebodem kunnen zinken en een ernstig obstakel kunnen vormen voor visserij en scheepvaart.

C. Radioactief afval en andere radioactieve stoffen niet vallende onder de bepalingen van Bijlage I. Bij de afgifte van vergunningen voor het storten van deze stoffen dienen de Verdragsluitende Partijen ten volle rekening te houden met de aanbevelingen van de ter zake bevoegde internationale organisatie, op dit ogenblik de Internationale Organisatie voor Atoomenergie.

D. Materialen die, hoewel niet toxisch van aard, schadelijk kunnen worden door de hoeveelheden waarin zij worden gestort of die in ernstige mate de mogelijkheden tot recreatie kunnen beperken.

Regeling
Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen
Afkortingen
LC 1972
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
20-02-1994
BWB-id
BWBV0001013
Versie
1994-02-20_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl