wetzoeker

Artikel 35c Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko

Overgangs- en slotbepalingen

a Een persoon die verstrekkingen nodig heeft tijdens een tijdelijk verblijf op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij krachtens de bepalingen van artikel 11, eerste en zesde lid, en artikel 13, vijfde en zesde lid, van het Algemeen Verdrag ontvangt deze prestaties tot en met 31 december 2020.

b Een persoon die tijdens een tijdelijk verblijf op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij op 31 december 2020 verstrekkingen ontvangt in overeenstemming met onderdeel a, blijft gedurende dit verblijf dit recht behouden tot en met de datum waarop de medische behandeling wordt beëindigd, evenwel met een maximale duur van één jaar.

c De bepalingen van de artikelen 10, 11, 13 en 14 van het Algemeen Verdrag die vóór 1 januari 2021 van toepassing zijn, blijven van toepassing voor de gevallen voorzien in de voorgaande leden van dit artikel.

Regeling
Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-06-2022
BWB-id
BWBV0001011
Versie
2022-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl