wetzoeker

Artikel 35 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden

Benelux-verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken

Het eerste lid verschaft aan getuigen en deskundigen, die gevolg geven aan een dagvaarding om als zodanig te verschijnen immuniteit. Deze bepaling is niet slechts toepasselijk op personen, die overeenkomstig artikel 31 zijn gedagvaard, maar ook op hen aan wie rechtstreeks een dagvaarding is toegezonden. De immuniteit heeft geen betrekking op feiten, die zij na hun vertrek uit het land waar zij verblijf houden, bedrijven. Voor die feiten kunnen zij wel worden vervolgd en eventueel in hechtenis worden genomen. Met name kan dit het geval zijn, wanneer zij valse verklaringen zouden afleggen.

Het tweede lid geeft aan een persoon, die vrijwillig aan een dagvaarding om als verdachte te verschijnen voldoet, immuniteit voor die feiten, die niet in de dagvaarding zijn vermeld en die hij voor zijn vertrek uit het land waar hij verblijft zou hebben gepleegd.

Regeling
Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-06-2006
BWB-id
BWBV0001006
Versie
2006-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl