wetzoeker

Artikel 28 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden

Benelux-verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken

Indien ambtenaren, bedoeld in de artikelen 26 en 27, optreden op het grondgebied van een ander land, zijn zij krachtens dit artikel voor wat betreft strafbare feiten die tegen hen of door hen worden bedreven, gelijkgesteld met de ambtenaren van het land waar zij zich bevinden. Zij genieten derhalve op het grondgebied van dat andere land bij de uitoefening van hun functie dezelfde bescherming als de ambtenaren van dat land genieten. Voor strafbare feiten door hen op het grondgebied van een ander land bedreven, kunnen zij door dat land berecht worden alsof die feiten door zijn eigen ambtenaren waren begaan. Tijdens hun optreden in een ander land moeten de ambtenaren zich gedragen overeenkomstig de in dat land geldende voorschriften. De toepasselijkheid van het strafrecht van dat land sluit ook de toepasselijkheid in van de bepalingen, welke in die strafwetgeving voorkomen met betrekking tot de noodweer.

Overeenkomstige bepalingen komen voor in de twee eerder vermelde Benelux-overeenkomsten.

Artikel 28 van het onderhavige verdrag regelt niet de civielrechterlijke aansprakelijkheid voor tegen of door deze ambtenaren gepleegde handelingen. Dienaangaande is door de drie Regeringen een aanvullend protocol ontworpen.

Regeling
Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-06-2006
BWB-id
BWBV0001006
Versie
2006-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl