wetzoeker

Artikel 26 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden

Benelux-verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken

Indien op het grondgebied van een Beneluxland op verzoek en ten behoeve van de justitiële autoriteiten van een ander Beneluxland een strafrechterlijk onderzoek wordt ingesteld, zullen de justitiële autoriteiten van het aanvragende land bevoegd zijn een of meer ambtenaren af te vaardigen, ten einde aan dit onderzoek mede te werken. Deze ambtenaren zullen bij dit onderzoek een adviserende rol hebben. Het onderzoek zal worden uitgevoerd door de autoriteiten van het aangezochte land.

Soortgelijke bepalingen zijn opgenomen in artikel 4 van het Benelux-verdrag nopens de samenwerking op het stuk van douanen en van accijnzen en in artikel 13 van het ontwerp-verdrag betreffende de samenwerking inzake regeling van in-, uit- en doorvoer.

Regeling
Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-06-2006
BWB-id
BWBV0001006
Versie
2006-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl