wetzoeker

Artikel 2 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden

Benelux-verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken

Tussen de Beneluxlanden zal uitlevering plaatsvinden voor feiten waartegen een vrijheidsstraf van ten minste zes maanden dan wel een zwaardere straf wordt bedreigd. Wanneer reeds een straf of maatregel is opgelegd kan de uitlevering slechts worden toegestaan indien de duur van die straf of maatregel ten minste drie maanden bedraagt. Wat onder een maatregel moet worden verstaan is in artikel 47 nader omschreven.

Het tweede lid opent de mogelijkheid om de uitlevering ook toe te staan met betrekking tot delicten, die niet voldoen aan de eis aangaande de hoogte van de daartegen bedreigde of uitgesproken straf, mits een van de feiten waarvoor de uitlevering wordt toegestaan wel aan die eis voldoet. Hierdoor wordt de rechter van het aanvragende land in de gelegenheid gesteld te gelegener tijd over al de feiten, waarvan de uitgeleverde wordt beschuldigd, te oordelen en heeft deze het voordeel dat al deze feiten in één vonnis kunnen worden afgedaan.

Regeling
Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-06-2006
BWB-id
BWBV0001006
Versie
2006-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl