wetzoeker

Artikel 32 Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen, 1961, zoals gewijzigd door het Protocol tot wijziging van het Enkelvoudige Verdrag inzake verdovende middelen, 1961

1 Het internationale vervoer door schepen of luchtvaartuigen van beperkte hoeveelheden verdovende middelen die gedurende de reis voor eerste hulp of noodgevallen nodig zijn, wordt niet beschouwd als in-, uit- of doorvoer in de zin van dit Verdrag.

2 Het land waar de schepen of luchtvaartuigen zijn geregistreerd neemt passende maatregelen om te verhinderen, dat de in lid 1 bedoelde verdovende middelen op ongeoorloofde wijze worden gebruikt of hun weg vinden in de sluikhandel. In overleg met de bevoegde internationale organisaties beveelt de Commissie deze maatregelen aan.

3 De verdovende middelen, door schepen of luchtvaartuigen overeenkomstig lid 1 vervoerd, zijn onderworpen aan de wetten, regelingen, machtigingen en vergunningen van het land waar zij zijn geregistreerd, en wel zonder aantasting van het eventuele recht van de bevoegde plaatselijke autoriteiten om controles, inspecties en andere maatregelen van toezicht aan boord van de schepen of luchtvaartuigen uit te voeren. De toediening van dergelijke verdovende middelen in geval van nood wordt niet beschouwd als schending van de bepalingen van artikel 30, lid 2(b ).

Regeling
Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen, 1961, zoals gewijzigd door het Protocol tot wijziging van het Enkelvoudige Verdrag inzake verdovende middelen, 1961
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
29-05-2026
BWB-id
BWBV0001004
Versie
2026-05-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl