wetzoeker

Paragraaf 6 Verdrag betreffende de status van staatlozen

1 De vernieuwing of de verlenging van de geldigheidsduur van het document behoort tot de bevoegdheid van de autoriteit die het heeft afgegeven, zolang de houder zich niet rechtmatig op een ander grondgebied heeft gevestigd en rechtmatig verblijft op het grondgebied van genoemde autoriteit. Deze afgifte van een nieuw document behoort, onder dezelfde voorwaarden, tot de bevoegdheid van de autoriteit die het vorige document heeft afgegeven.

2 De diplomatieke of consulaire vertegenwoordigers kunnen worden gemachtigd de geldigheid van door hun onderscheiden regeringen verstrekte reisdocumenten voor de duur van ten hoogste zes maanden te verlengen.

3 De Verdragsluitende Staten zullen in welwillende overweging nemen, de geldigheidsduur van reisdocumenten te hernieuwen of te verlengen of nieuwe documenten te verstrekken aan niet langer rechtmatig op hun grondgebied verblijvende staatlozen die niet in staat zijn een reisdocument te verkrijgen van het land van hun rechtmatig verblijf.

Regeling
Verdrag betreffende de status van staatlozen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
11-07-1962
BWB-id
BWBV0001003
Versie
1962-07-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl