wetzoeker

Paragraaf 13 Verdrag betreffende de status van vluchtelingen

1 Elk der Verdragsluitende Staten verbindt zich, aan de houder van een door deze Staat overeenkomstig artikel 28 van dit Verdrag verstrekt reisdocument toe te staan te allen tijde gedurende de geldigheidsduur van het document op het grondgebied van die Staaf terug te keren.

2 Onverminderd de bepalingen van het voorgaand lid, mag een Verdragsluitende Staat eisen, dat de houder van het document zich onderwerpt aan alle formaliteiten welke voorgeschreven mochten zijn met betrekking tot het verlaten van of het terugkeren naar het grondgebied van die Staat.

3 De Verdragsluitende Staten behouden zich de bevoegdheid voor, in uitzonderingsgevallen, of in de gevallen waarin aan een vluchteling voor een bepaalde tijd verblijf is toegestaan, bij de verstrekking van het document de periode gedurende welke de vluchteling mag terugkeren, te beperken tot een termijn van niet minder dan 3 maanden.

Regeling
Verdrag betreffende de status van vluchtelingen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-08-1956
BWB-id
BWBV0001002
Versie
1956-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl