wetzoeker

Artikel 21 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden

EUROPEES HOF VOOR DE RECHTEN VAN DE MENS

1 De rechters moeten het hoogst mogelijk zedelijk aanzien genieten en in zich verenigen de voorwaarden die worden vereist voor het uitoefenen van een hoge functie bij de rechterlijke macht, ofwel rechtsgeleerden zijn van erkende bekwaamheid.

2 Kandidaten dienen jonger te zijn dan 65 jaar op de datum waarop de Parlementaire Vergadering om de ontvangst van de lijst van drie kandidaten heeft verzocht, in aansluiting op artikel 22.

3 De rechters hebben zitting in het Hof op persoonlijke titel.

4 Gedurende hun ambtstermijn mogen de rechters geen activiteiten verrichten die onverenigbaar zijn met hun onafhankelijkheid, onpartijdigheid of met de eisen van een volledige dagtaak; het Hof beslist over alle vragen met betrekking tot de toepassing van dit lid.

Regeling
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden
Afkortingen
EVRM
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-08-2021
BWB-id
BWBV0001000
Versie
2021-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl