wetzoeker

4.1.2 — Geactiveerde financieringskosten en rentelasten Beleidsbesluit earningsstrippingmaatregel 2026

Geactiveerde financieringskosten en rentelasten

Rentelasten behoren in beginsel tot het saldo aan renten in het jaar dat zij in aanmerking worden genomen. Rentelasten kunnen boekhoudkundig op verschillende manieren worden verwerkt. Worden rentelasten bijvoorbeeld geactiveerd, dan behoren zij dus bij afschrijving ervan tot het saldo aan rente. Ditzelfde geldt voor financieringskosten door de gelijkschakeling met rentelasten op grond van artikel 15b, zesde lid, onderdeel b, Wet Vpb 1969.

Het maakt voor deze behandeling geen verschil of activering heeft plaatsgevonden vóór of na inwerkingtreding van artikel 15b Wet Vpb 1969 (2019). Artikel 15b Wet Vpb 1969 in het algemeen en genoemd zesde lid, onderdeel b, in het bijzonder, kennen immers een jaarlijkse toets.

Financieringskosten en rentelasten geactiveerd als onderdeel van voortbrengingskosten

De behandeling is anders wanneer de financieringskosten of rentelasten worden geactiveerd als onderdeel van de voortbrengingskosten van een activum. In dat geval behoren ze bij activering tot het saldo aan rente op grond van artikel 15b, zesde lid, onderdeel d, Wet Vpb 1969.

Als dergelijke financieringskosten of rentelasten vervolgens in aftrek worden beperkt door artikel 15b, eerste lid, Wet Vpb 1969 dan blijft activering in zoverre achterwege op grond van artikel 15b, zevende lid, eerste volzin, Wet Vpb 1969. Van afschrijving en daarmee verlaging van de winst in een later jaar is dan geen sprake.

Als de aftrek niet wordt beperkt dan blijft de activering in stand. Afschrijving in een later jaar op het activum verlaagt dan de winst van dat jaar, maar behoort niet tot het saldo aan rente. Artikel 15b, zesde lid, onderdeel d, Wet Vpb 1969 kent namelijk, anders dan onderdeel b, een eenmalige toets in het jaar van activeren.

De eenmalige toets brengt met zich dat wanneer activering van dergelijke financieringskosten of rentelasten heeft plaatsgevonden vóór de inwerkingtreding van de earningsstrippingmaatregel in 2019, afschrijving in een later jaar op het activum voor dat deel geen onderdeel uitmaakt van het saldo aan renten.

Bij de bepaling van de gecorrigeerde winst in latere jaren wordt aangesloten bij de afschrijving over de als gevolg van artikel 15b, zevende lid, Wet Vpb 1969 aangepaste boekwaarde. Uitgaan van een (extracomptabele) afschrijving op basis van een hogere boekwaarde - dat wil zeggen, alsof artikel 15b, zevende lid, Wet Vpb 1969 geen toepassing zou hebben gevonden - acht ik onjuist. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de bedoeling van artikel 15b Wet Vpb 1969 is om aan te sluiten bij de winst die in een jaar fiscaal in aanmerking wordt genomen.

19 Kamerstukken II 2018/19, 35 030, nr. 3, p. 38.

Regeling
Beleidsbesluit earningsstrippingmaatregel 2026
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
23-09-2026
BWB-id
BWBR0053116
Versie
2026-09-23_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl