wetzoeker

Warenwetbesluit machines 2026

Besluit van 9 september 2026, houdende de vaststelling van regels in verband met de uitvoering van Verordening (EU) 2023/1230 betreffende machines en keuringen van arbeidsmiddelen (Warenwetbesluit machines 2026) [Keten ID WGK027758]

Soort
AMvB
Geldend vanaf
17-09-2026
Rechtsgebied
Arbeidsrecht, Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht, Levensmiddelenrecht, Ondernemingspraktijk
Ministerie
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
BWB-id
BWBR0053112
Versie
2026-09-17_0
SHA-256 bron
dfb8318f9d54579529a2e5ee4779a0c7eb6cab899461447225f9ed85b32e3753

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (34)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Artikel 13
  14. Artikel 14
  15. Artikel 15
  16. Artikel 16
  17. Artikel 17
  18. Artikel 18
  19. Artikel 19
  20. Artikel 20
  21. Artikel 21
  22. Artikel 22
  23. Artikel 23
  24. Artikel 24
  25. Artikel 25
  26. Artikel 26
  27. Artikel 27
  28. Artikel 28
  29. Artikel 29
  30. Artikel 30
  31. Artikel 31
  32. Artikel 32
  33. Artikel 33
  34. Artikel 34

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

– accreditatie: hetgeen artikel 3, zesentwintigste lid, van de verordening daaronder verstaat;

– EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie: hetgeen in artikel 3, negenentwintigste lid, van de verordening onder conformiteitsbeoordelingsinstantie wordt bedoeld;

– geharmoniseerde norm: hetgeen artikel 3, vierentwintigste lid, van de verordening daaronder verstaat;

– machine: hetgeen artikel 3, eerste lid, van de verordening daaronder verstaat;

– nationale accreditatie-instantie: nationale accreditatie-instantie als bedoeld in artikel 2 van de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie;

– niet voltooide machine: hetgeen artikel 3, tiende lid, van de verordening daaronder verstaat;

– verordening: Verordening (EU) 2023/1230 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2023 betreffende machines en tot intrekking van Richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 73/361/EEG van de Raad;

– verwant product: hetgeen artikel 2, eerste lid, van de verordening daaronder verstaat;

– wet: Warenwet.

Hoofdstuk 2 — EU-conformiteit machines en verwante producten › § 2.1 — Toepassingsbereik

Artikel 2

Dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen zijn van toepassing op machines, niet voltooide machines en verwante producten waarop de verordening van toepassing is.

Hoofdstuk 2 — EU-conformiteit machines en verwante producten › § 2.2 — Voorschriften voor marktdeelnemers

Artikel 3

1 Het is marktdeelnemers als bedoeld in artikel 3, tweeëntwintigste lid, van de verordening verboden zich te gedragen in strijd met de volgende bepalingen van de verordening:

a. artikel 8;

b. artikel 19;

c. artikel 23.

2 Het is verboden machines, niet voltooide machines of verwante producten ten toon te stellen indien zij niet zijn voorzien van een CE-markering als bedoeld in artikel 3, vijfentwintigste lid, van de verordening, of anderszins niet aan het bepaalde bij of krachtens dit besluit voldoen, tenzij artikel 4, tweede lid, van de verordening wordt toegepast.

Hoofdstuk 2 — EU-conformiteit machines en verwante producten › § 2.2 — Voorschriften voor marktdeelnemers

Artikel 4

1 Het is fabrikanten als bedoeld in artikel 3, achttiende lid, van de verordening verboden zich te gedragen in strijd met de volgende bepalingen van de verordening:

a. artikel 10;

b. artikel 11;

c. artikel 21;

d. artikel 22;

e. artikel 24, eerste tot en met vierde lid;

f. artikel 25, eerste tot en met vierde lid.

2 Het is personen of rechtspersonen die een machine of verwant product substantieel wijzigen verboden zich te gedragen in strijd met artikel 18 van de verordening.

3 De volgende documenten zijn in ieder geval gesteld in het Nederlands:

a. de gebruiksaanwijzing, de veiligheidsinformatie en de in bijlage III vervatte informatie, bedoeld in artikel 10, zevende lid, van de verordening;

b. de montagehandleiding, bedoeld in artikel 11, zevende lid, van de verordening;

c. de EU-conformiteitsverklaring, bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de verordening;

d. de EU-inbouwverklaring, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de verordening.

Hoofdstuk 2 — EU-conformiteit machines en verwante producten › § 2.2 — Voorschriften voor marktdeelnemers

Artikel 5

Het is gemachtigden als bedoeld in artikel 3, negentiende lid, van de verordening verboden zich te gedragen in strijd met artikel 12 van de verordening.

Hoofdstuk 2 — EU-conformiteit machines en verwante producten › § 2.2 — Voorschriften voor marktdeelnemers

Artikel 6

1 Het is importeurs als bedoeld in artikel 3, twintigste lid, van de verordening verboden zich te gedragen in strijd met de volgende bepalingen van de verordening:

a. artikel 13;

b. artikel 14.

2 Voor zover importeurs op grond van artikel 17 van de verordening worden aangemerkt als fabrikant, is het hen verboden zich te gedragen in strijd met artikel 10 en 11 van de verordening.

3 Artikel 4, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 2 — EU-conformiteit machines en verwante producten › § 2.2 — Voorschriften voor marktdeelnemers

Artikel 7

1 Het is distributeurs als bedoeld in artikel 3, eenentwintigste lid, van de verordening verboden zich te gedragen in strijd met de volgende bepalingen van de verordening:

a. artikel 15;

b. artikel 16.

2 Voor zover distributeurs op grond van artikel 17 van de verordening worden aangemerkt als fabrikant, is het hen verboden zich te gedragen in strijd met artikel 10 en 11 van de verordening.

3 De volgende documenten zijn in ieder geval gesteld in het Nederlands:

a. de gebruiksaanwijzing en informatie, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de verordening; en

b. de montagehandleiding, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de verordening.

4 Artikel 4, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 2 — EU-conformiteit machines en verwante producten › § 2.3 — EU-conformiteitsbeoordelingsinstanties

Artikel 8

1 Een aanvraag tot aanwijzing als EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie als bedoeld in artikel 7a van de wet, wordt door de aanvrager overeenkomstig artikel 33, eerste en tweede lid, van de verordening ingediend bij Onze Minister.

2 Om aangewezen te worden als EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie toont de instantie aan dat zij voldoet aan artikel 30, tweede tot en met elfde lid van de verordening.

3 Een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie die taken uitbesteedt of door ondergeschikte instanties laat uitvoeren, toont aan dat zij voldoet aan artikel 32 van de verordening.

4 Een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie toont aan dat zij voldoet aan het eerste tot en met derde lid door middel van een accreditatie tegen de van toepassing zijnde geharmoniseerde normen of delen daarvan. Daarbij geldt dat:

a. die normen de bepalingen dekken die worden genoemd in het tweede en indien van toepassing het derde lid, inclusief de daarbij behorende bijlagen van de verordening;

b. de referentienummers van die normen in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt.

Hoofdstuk 2 — EU-conformiteit machines en verwante producten › § 2.3 — EU-conformiteitsbeoordelingsinstanties

Artikel 9

1 Onze Minister weigert een aanwijzing als EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie indien de aanvrager niet heeft voldaan aan artikel 8.

2 Een aanwijzing kan worden geschorst, ten nadele van de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie worden gewijzigd of ingetrokken:

a. op grond van de door de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie verstrekte onjuiste inlichtingen over feiten of omstandigheden, mits de onjuistheid daarvan aan deze instantie bekend was of kon zijn;

b. indien de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie niet meer voldoet aan artikel 8; of

c. indien de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie haar wettelijke verplichtingen en de verplichtingen uit de verordening niet naar behoren nakomt of de taken waarvoor zij is aangewezen, niet naar behoren uitvoert.

Hoofdstuk 2 — EU-conformiteit machines en verwante producten › § 2.3 — EU-conformiteitsbeoordelingsinstanties

Artikel 10

Onze Minister verricht als aanmeldende autoriteit de taken, bedoeld in artikel 27, van de verordening.

Hoofdstuk 2 — EU-conformiteit machines en verwante producten › § 2.3 — EU-conformiteitsbeoordelingsinstanties

Artikel 11

1 Onze Minister stelt periodiek vast of de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie:

a. nog voldoet aan artikel 8;

b. haar wettelijke verplichtingen naar behoren nakomt;

c. de taken waarvoor zij is aangewezen, naar behoren uitvoert.

2 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het verstrekken van gegevens en inlichtingen door de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie aan Onze Minister of de nationale accreditatie-instantie respectievelijk door Onze Minister of de nationale accreditatie-instantie aan de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, die zijn verkregen door de uitvoering of het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet, welke noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun wettelijke taken. De gegevens worden kosteloos verstrekt.

3 De EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie die haar taken waarvoor zij is aangewezen, beëindigt, of waarvan de aanwijzing door Onze Minister wordt ingetrokken, is verplicht tijdig voorafgaand aan de beëindiging van de werkzaamheden, respectievelijk de datum waarop de aanwijzing eindigt, haar dossier over te dragen aan een andere EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie waarmee een marktdeelnemer als bedoeld in artikel 3 van de verordening een overeenkomst is aangegaan. Indien er geen andere EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie is, draagt de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie de dossiers over aan Onze Minister.

Hoofdstuk 3 — Gebruik en keuring › § 3.1 — Algemeen

Artikel 12

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

– drager: een deel van een hijs- en hefwerktuig voor beroepsmatig personenvervoer, waarop personen of goederen zich bevinden om naar boven of beneden te worden gebracht;

– hijs- en hefwerktuig voor beroepsmatig personenvervoer: een tijdelijk opgestelde machine die bepaalde stopplaatsen bedient, met behulp van een drager die ten opzichte van het horizontale vlak meer dan 15 graden hellend geleid beweegt of op een andere manier een vaste baan volgt, en bestemd is voor het vervoer van:

a. werkenden;

b. werkenden en goederen;

c. alleen goederen indien de drager toegankelijk is, dat wil zeggen een persoon de drager zonder probleem kan betreden en de drager is uitgerust met bedieningsapparatuur in de drager of binnen bereik van een persoon in de drager.

– hijs- of hefgereedschappen: niet vast met de hijs- of hefmachine verbonden onderdeel of uitrustingsstuk voor het hijsen of heffen van een last dat tussen de machine en de last of op de last zelf wordt aangebracht dan wel bestemd is om een integrerend deel van de last uit te maken en dat afzonderlijk in de handel wordt gebracht, met inbegrip van stroppen en componenten daarvan;

– hijskraan: hijswerktuig, dat is ingericht en bestemd voor het verplaatsen van vrij-hangende lasten door middel van mechanische aandrijving;

– keuringsrelevante wijziging: een wijziging van een hijs- en hefwerktuig voor beroepsmatig personenvervoer, anders dan de wijzigingen in de vorm van uitbreidingen of varianten van het hijs- en hefwerktuig, waarvoor de afgegeven EG-verklaring van overeenstemming of EU-conformiteitsverklaring geldt.

– NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie: NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie, genoemd in artikel 21;

– schema: het stelsel van regels, procedures en beheersaspecten voor het uitvoeren van de conformiteitsbeoordeling of onderdelen daarvan voor specifieke objecten waarvoor dezelfde specifieke eisen van toepassing zijn.

Hoofdstuk 3 — Gebruik en keuring › § 3.2 — Keuringen van hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer

Artikel 13

Het is verboden om:

a. hijskranen en hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer te verhandelen of te gebruiken, indien de bij of krachtens dit besluit voorgeschreven keuringsprocedures niet in acht zijn genomen;

b. hijskranen en hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer te verhandelen of te gebruiken anders dan met inachtneming van de voorschriften bij of krachtens dit besluit gesteld met betrekking tot het voorhanden zijn van documenten.

Hoofdstuk 3 — Gebruik en keuring › § 3.2 — Keuringen van hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer

Artikel 14

1 Een hijskraan met een bedrijfslast die gelijk is aan of hoger is dan twee ton wordt ten minste eenmaal per 12 maanden gekeurd. In aanvulling daarop wordt een mobiele kraan of torenkraan, die behoort tot een bij ministeriële regeling omschreven categorie, ten hoogste 24 maanden na de eerste ingebruikneming en vervolgens telkens na verloop van ten hoogste vierentwintig maanden gekeurd. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie kan verlangen dat een mobiele of torenkraan in geval van door haar geconstateerde ernstige gebreken, na een kortere termijn dan de termijnen, genoemd in de eerste en tweede volzin, wordt onderzocht op de staat van veiligheid.

2 De periodieke keuring, bedoeld in het eerste lid, vindt ten hoogste een maand na het verstrijken van de genoemde periode plaats indien degene die de keuring uitvoert dit uit oogpunt van bedrijfsvoering noodzakelijk acht.

3 De keuring bedoeld in het eerste lid, eerste zin, wordt uitgevoerd door een deskundige. De keuring bedoeld in het eerste lid, tweede zin, van een mobiele kraan of torenkraan wordt uitgevoerd door een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie.

4 De certificaathouder verstrekt de deskundige, Onze Minister of, indien Onze Minister een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie heeft aangewezen, deze instelling, desgevraagd kosteloos alle informatie die nodig is voor de uitvoering van het bepaalde bij of krachtens dit artikel.

Hoofdstuk 3 — Gebruik en keuring › § 3.2 — Keuringen van hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer

Artikel 15

1 Onze Minister of, indien Onze Minister een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie heeft aangewezen, deze instelling, geeft op aanvraag een certificaat van goedkeuring af wanneer is vastgesteld dat de hijskraan, bedoeld in artikel 14, voldoet aan de bij of krachtens dit besluit gestelde eisen. Op het certificaat van goedkeuring wordt de datum van keuring vermeld, alsmede gegevens betreffende de identificatie van de hijskraan.

2 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de indiening van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, en de afhandeling van de aanvraag.

3 De kosten van het afgeven van een certificaat van goedkeuring zijn voor rekening van de aanvrager tot afgifte van het certificaat.

Hoofdstuk 3 — Gebruik en keuring › § 3.2 — Keuringen van hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer

Artikel 16

1 De afgifte van een certificaat van goedkeuring, als bedoeld in artikel 15, wordt geweigerd indien de aanvrager niet heeft voldaan aan de bij of krachtens dit besluit met betrekking tot het certificaat gestelde eisen.

2 Een certificaat van goedkeuring kan worden geschorst, ten nadele van de certificaathouder worden gewijzigd of ingetrokken:

a. op grond van feiten of omstandigheden waarvan de deskundige, bedoeld in artikel 14, derde lid, eerste zin, Onze Minister of, indien Onze Minister een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie heeft aangewezen, deze instelling, bij het afgeven van het certificaat redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan het certificaat niet of alleen met voorschriften, bedoeld in artikel 7a, vierde lid, van de wet, zou zijn gegeven;

b. op grond van door de certificaathouder verstrekte onjuiste inlichtingen over feiten en omstandigheden, mits de onjuistheid daarvan aan de houder bekend was of kon zijn;

c. indien de certificaathouder niet meer voldoet aan de bij of krachtens dit besluit met betrekking tot het certificaat gestelde eisen of de wettelijke verplichtingen niet meer naar behoren nakomt; of

d. indien de certificaathouder met diens werkzaamheden, voor zover die door het certificaat worden gereguleerd, of door de wijze waarop die werkzaamheden worden verricht, ernstig gevaar veroorzaakt of kan veroorzaken voor personen.

Hoofdstuk 3 — Gebruik en keuring › § 3.2 — Keuringen van hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer

Artikel 17

1 In de nabijheid van een hijskraan als bedoeld in artikel 14, eerste lid, bevindt zich een kraanboek. Hierin zijn in ieder geval de resultaten van de op grond van artikel 14 uitgevoerde keuringen op adequate wijze vermeld.

2 Het certificaat van goedkeuring of een afschrift daarvan bevindt zich eveneens in de nabijheid van de hijskraan.

3 In plaats van het aanwezig hebben van een fysiek exemplaar, kan voor het kraanboek en het certificaat worden volstaan met een verwijzing naar een op afstand beschikbare, vrij toegankelijke digitale versie.

4 Het kraanboek en het certificaat van goedkeuring of een afschrift daarvan worden desgevraagd getoond aan een ambtenaar als bedoeld in artikel 25 van de wet.

Hoofdstuk 3 — Gebruik en keuring › § 3.2 — Keuringen van hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer

Artikel 18

1 Hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer worden na elke montage op een nieuwe arbeidsplaats en vervolgens telkens na verloop van ten hoogste zes maanden, op de arbeidsplaats door een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie gekeurd.

2 Hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer worden voor de ingebruikneming na elke herstelling of keuringsrelevante wijziging op de arbeidsplaats door een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie gekeurd.

3 Bij de keuringen wordt getoetst of voldaan is aan de voor het desbetreffende hijs- en hefwerktuig geldende vervaardigingsvoorschriften uit de verordening.

4 Het eerste lid is niet van toepassing op hijs- en hefwerktuigen die al dan niet tijdelijk zijn verbonden met een machine en die uitsluitend bestemd zijn voor toegang tot de werkplek inclusief onderhoud en inspectie van die machine.

Hoofdstuk 3 — Gebruik en keuring › § 3.2 — Keuringen van hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer

Artikel 19

1 Indien uit de keuring blijkt dat wordt voldaan aan de voor het desbetreffende hijs- of hefwerktuig geldende vervaardigingsvoorschriften, bedoeld in de verordening, geeft de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie een certificaat van goedkeuring af. Op dit certificaat wordt tevens de herkeuringstermijn aangegeven.

2 Als blijk van goedkeuring brengt de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie op een duidelijke zichtbare plaats op het desbetreffende hijs- of hefwerktuig een kenmerk aan waarop tevens de herkeuringstermijn, welke volgt uit het eerste lid, wordt aangegeven.

Hoofdstuk 3 — Gebruik en keuring › § 3.2 — Keuringen van hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer

Artikel 20

1 In de nabijheid van het hijs- of hefwerktuig voor beroepsmatig personenvervoer bevindt zich het hijs- en hefwerktuigboek. In dit boek zijn in ieder geval de resultaten van de uitgevoerde keuringen op adequate wijze vermeld.

2 Het certificaat van goedkeuring of een afschrift daarvan bevindt zich eveneens in de nabijheid van het desbetreffende hijs- of hefwerktuig.

3 In plaats van het aanwezig hebben van een fysiek exemplaar, kan voor het kraanboek en het certificaat worden volstaan met een verwijzing naar een op afstand beschikbare, vrij toegankelijke digitale versie.

Hoofdstuk 3 — Gebruik en keuring › § 3.3 — Proces keuringen

Artikel 21

1 Als NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie kunnen worden aangewezen de instellingen die:

a. voldoen aan de eisen, genoemd in artikel 8, tweede lid;

b. beschikken over een registratiesysteem waarin de gegevens die samenhangen met en betrekking hebben op het verrichten van de conformiteitsbeoordelingstaken waarvoor zij aangewezen willen worden, naar behoren worden vastgelegd; en

c. een schemabeheerder hebben voor het ontwikkelen, onderhouden en publiekelijk en kosteloos toegankelijk maken van een schema, dat onverkort door hen wordt gebruikt; waarbij deze schemabeheerder naar behoren rekening houdt met de belangen van alle partijen die belang hebben bij het schema, zonder dat één van de belangen de overhand heeft.

2 Indien er meerdere NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties zijn aangewezen:

a. nemen zij deel aan het door hen gezamenlijk te organiseren overleg om te komen tot het geharmoniseerd verrichten van de conformiteitsbeoordelingstaken waarvoor zij zijn aangewezen;

b. wijzen zij een schemabeheerder aan voor het opstellen, onderhouden en publiekelijk en kosteloos toegankelijk maken van een gezamenlijk schema, dat onverkort door hen wordt gebruikt;

c. hanteren zij de in het overleg genomen administratieve beslissingen en opgestelde documenten als algemene richtsnoeren; en

d. zorgen zij ervoor dat hun medewerkers die de conformiteitsbeoordelingstaken verrichten, op de hoogte zijn van de activiteiten, administratieve beslissingen en opgestelde documenten van het overleg.

3 NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties brengen Onze Minister op de hoogte van:

a. elke weigering, beperking, schorsing of intrekking van goedkeuringen;

b. omstandigheden die van invloed zijn op de werkingssfeer van of de voorwaarden voor aanwijzing;

c. de reactie op informatieverzoeken over conformiteitsbeoordelingsactiviteiten die zij van Onze Minister ontvangen; en

d. op verzoek, de binnen de werkingssfeer van hun aanwijzing verrichte conformiteitsbeoordelingsactiviteiten en andere activiteiten waaronder uitbesteding.

4 NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties verstrekken de andere uit hoofde van dit besluit aangewezen NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties die soortgelijke conformiteitsbeoordelingsactiviteiten voor machines verrichten, relevante informatie over negatieve conformiteitsbeoordelingsresultaten, en, op verzoek, over positieve conformiteitsbeoordelingsresultaten.

5 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.

Hoofdstuk 3 — Gebruik en keuring › § 3.3 — Proces keuringen

Artikel 22

Een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie die taken uitbesteedt of door ondergeschikte instanties laat uitvoeren, toont aan dat die partij voldoet aan de eisen waaraan zij zelf moet voldoen, waarbij artikel 32, eerste tot en met derde lid, van de verordening van overeenkomstige toepassing is.

Hoofdstuk 3 — Gebruik en keuring › § 3.3 — Proces keuringen

Artikel 23

1 De instelling, bedoeld in artikel 21, dient de aanvraag tot aanwijzing in bij Onze Minister.

2 Een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie toont aan dat zij voldoet aan de criteria, genoemd in artikel 21, eerste tot en met vierde lid en artikel 22, door middel van een accreditatie tegen de van toepassing zijnde geharmoniseerde normen of delen daarvan, mits die normen de eerdergenoemde eisen dekken en de referentienummers van die normen in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt.

3 Indien de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie geen bewijs van accreditatie kan overleggen, verschaft zij Onze Minister alle bewijsstukken die nodig zijn om aan te tonen dat zij voldoet aan de criteria, genoemd in het tweede lid.

4 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.

Hoofdstuk 3 — Gebruik en keuring › § 3.3 — Proces keuringen

Artikel 24

1 Een aanwijzing als NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie wordt geweigerd indien de aanvrager niet heeft voldaan aan het bepaalde bij of krachtens de artikelen 21, 22 en 23, tweede tot en met vierde lid.

2 Een aanwijzing kan worden geschorst, ten nadele van de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie worden gewijzigd of ingetrokken:

a. op grond van door de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie verstrekte onjuiste inlichtingen over feiten of omstandigheden, mits de onjuistheid daarvan aan die instantie of dienst bekend was of kon zijn;

b. indien een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie niet meer voldoet aan het bepaalde bij of krachtens de artikelen 21, 22 en 23, tweede tot en met vierde lid; of

c. indien een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie haar wettelijke verplichtingen niet meer naar behoren nakomt of de taken waarvoor zij is aangewezen, niet meer naar behoren uitvoert.

Hoofdstuk 3 — Gebruik en keuring › § 3.3 — Proces keuringen

Artikel 25

1 Onze Minister stelt periodiek vast of een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie:

a. nog voldoet aan het bepaalde bij of krachtens de artikelen 21, 22 en 23, tweede tot en met vierde lid; en

b. haar wettelijke verplichtingen naar behoren nakomt en de taken waarvoor zij is aangewezen, naar behoren uitvoert.

2 Artikel 11, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie

Hoofdstuk 3 — Gebruik en keuring › § 3.4 — Overig

Artikel 26

Het is verboden om apparaten die geconstrueerd of bestemd zijn voor het manipuleren van tachografen in de handel te brengen, in bedrijf te stellen of reclame voor deze apparaten te maken.

Hoofdstuk 4 — Wijziging verwijzende regelgeving en slotbepalingen

Artikel 27

Wijzigt het Arbeidsomstandighedenbesluit.

Hoofdstuk 4 — Wijziging verwijzende regelgeving en slotbepalingen

Artikel 28

Wijzigt het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Hoofdstuk 4 — Wijziging verwijzende regelgeving en slotbepalingen

Artikel 29

Wijzigt het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten.

Hoofdstuk 4 — Wijziging verwijzende regelgeving en slotbepalingen

Artikel 30

Wijzigt het Warenwetbesluit liften 2016.

Hoofdstuk 4 — Wijziging verwijzende regelgeving en slotbepalingen

Artikel 31

1 In afwijking van paragraaf 2.2 is het niet verboden een machine die voldoet aan het Warenwetbesluit machines, zoals dat op 19 januari 2027 luidde, en die op of voor die datum in de handel is gebracht, op de markt aan te bieden.

2 Een certificaat afgegeven op grond van de wet, en geldend op 19 januari 2027 wordt geacht te zijn afgegeven met inachtneming van de bij of krachtens dit besluit gestelde bepalingen onverminderd artikel 8, tweede lid.

Hoofdstuk 4 — Wijziging verwijzende regelgeving en slotbepalingen

Artikel 32

Het Warenwetbesluit machines wordt ingetrokken.

Hoofdstuk 4 — Wijziging verwijzende regelgeving en slotbepalingen

Artikel 33

Dit besluit treedt in werking met ingang van 20 januari 2027, met uitzondering van de artikelen 8 tot en met 11, die in werking treden met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst.

Hoofdstuk 4 — Wijziging verwijzende regelgeving en slotbepalingen

Artikel 34

Dit besluit wordt aangehaald als: Warenwetbesluit machines 2026.