wetzoeker

Regeling tegemoetkoming AOW-hiaat Defensie

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
02-09-2026
Rechtsgebied
Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht, Militaire ambtenarenrecht
Ministerie
Defensie
BWB-id
BWBR0053071
Versie
2026-09-02_0
SHA-256 bron
db62705cae194a8272d937fd9c8bdf6ec0b62cd71b43f6d74f64fcc3de6ad036

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (6)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

ABP:

Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds;

ABP-ouderdomspensioen:

het opgebouwde en uit waardeoverdracht verkregen ABP-ouderdomspensioen:

1. inclusief:

a. het extra opgebouwde pensioen via vrijwillige en eventueel aanvullende voortzetting van de deelneming in de ABP-pensioenregeling;

b. het extra opgebouwde pensioen via een storting in ABP Extrapensioen;

c. voor de belanghebbende zonder partner: het ABP-partnerpensioen, inclusief eventueel bijgespaard ABP-PartnerPlusPensioen, dat bij pensionering automatisch wordt omgezet naar ABP-ouderdomspensioen;

en daarover door ABP toegepaste toeslagen en verlagingen;

2. exclusief:

a. de aanvullingen op grond van de overgangsbepalingen K1 tot en met K3 en het Ongehuwden Ouderdomspensioen in het ABP-pensioenreglement;

b. de aanvullingen op grond van de overgangsbepalingen A tot en met D bij artikel 17.6.3 van het pensioenreglement militairen 2018;

AOW:

Algemene Ouderdomswet;

AOW-leeftijd:

de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de AOW;

AOW-uitkering:

het ouderdomspensioen, bedoeld in artikel 7 van de AOW, inclusief:

a. de opbouw van de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van de AOW;

b. de inkomensondersteuning, bedoeld in artikel 33a van de AOW, voor periodes gelegen voor 1 januari 2025;

en waarbij een eventuele korting op grond van artikel 13 van de AOW buiten beschouwing wordt gelaten;

belanghebbende:

de gewezen militair of gewezen burgerlijk ambtenaar die aanspraak heeft of heeft gehad op:

a. een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen, het Wachtgeldbesluit burgerlijke ambtenaren defensie, de Militaire wachtgeldregeling 1961, het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie, het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie, de regeling Flexibel Pensioen en Uittreden;

b. een aanvullende uitkering op grond van artikel 65 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie;

c. een arbeidsongeschiktheidspensioen of arbeidsongeschiktheidsverhoging op basis van het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen;

d. een loonaanvulling of een gegarandeerd maandelijks inkomen op grond van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie;

voor zover die aanspraak op of na 1 januari 2013 eindigt of is geëindigd wegens het bereiken van de leeftijd van 65 jaar;

netto AOW-uitkering:

de AOW-uitkering verminderd met de loonheffing en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, waarbij in de omrekening van bruto- naar nettobedragen wordt uitgegaan van de belastingtarieven in de eerste schijf, rekening houdend met toepasselijke heffingskortingen;

Voorlopige voorziening:

Voorlopige voorziening tegemoetkoming inkomensderving als gevolg van ophoging AOW-leeftijd.

Artikel 2

1 Onder de gerechtvaardigde aanspraak voor de gewezen burgerlijk ambtenaar wordt verstaan het nettobedrag van het gecombineerde ABP-ouderdomspensioen en de AOW-uitkering die vanaf 65 jaar zouden zijn uitgekeerd als de pensioenleeftijd, de pensioenrichtleeftijd en de AOW-leeftijd, nog steeds 65 jaar zouden zijn.

2 Onder de gerechtvaardigde aanspraak voor de gewezen militair wordt verstaan het nettobedrag van het gecombineerde ABP-ouderdomspensioen en de AOW-uitkering die vanaf 65 jaar zouden zijn uitgekeerd als de AOW-leeftijd nog steeds 65 jaar zou zijn en uitgaande van de pensioenleeftijd van 65 jaar.

3 Het nettobedrag, bedoeld in het eerste en het tweede lid, wordt berekend door het gecombineerde brutobedrag te verminderen met de loonheffing en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, rekening houdend met toepasselijke heffingskortingen.

Artikel 3

1 De belanghebbende heeft vanaf de leeftijd van 65 jaar tot het bereiken van diens geldende AOW-leeftijd aanspraak op de tegemoetkoming AOW-hiaat.

2 De tegemoetkoming AOW-hiaat over één maand bestaat uit de volgende componenten:

a. Een bruto-uitkering die een netto-uitkering oplevert die even hoog is als de netto-AOW-uitkering, uitgaande van de AOW-uitkering die voor belanghebbende in de desbetreffende maand zou gelden, indien daarop aanspraak zou bestaan.

b. Voor de gewezen burgerlijk ambtenaar: een bruto pensioencompensatie voor het vervroegd bij 65 jaar laten ingaan van het ABP-ouderdomspensioen ongeacht of de gewezen burgerlijk ambtenaar het ABP-ouderdomspensioen daadwerkelijk eerder laat ingaan. De pensioencompensatie is gelijk aan de waarde van de verlaging van het ABP-ouderdomspensioen van de gewezen burgerlijk ambtenaar als gevolg van de stijging van de pensioenrichtleeftijd op grond van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd. De pensioencompensatie wordt in maandelijkse termijnen uitgekeerd in de periode tussen de leeftijd van 65 jaar en de voor de gewezen burgerlijk ambtenaar geldende AOW-leeftijd, door de waarde te verdelen in een in die periode gelijkblijvend maandelijks bedrag.

c. Een bruto uitkering die resulteert in aanvulling tot 100% van de maandelijkse gerechtvaardigde aanspraak, indien het totaalbedrag onder a of onder a en b vermeerderd met het maandelijkse ABP-ouderdomspensioen dat de belanghebbende bij 65 jaar kan laten ingaan, netto minder bedraagt dan 100% van de maandelijkse gerechtvaardigde aanspraak.

3 Op de tegemoetkoming AOW-hiaat wordt – voor zover dit van toepassing is – in mindering gebracht een of meer bedragen die op grond van de Voorlopige voorziening, een individueel besluit of een individueel gemaakte afspraak, in verband met een tegemoetkoming voor inkomensderving als gevolg van ophoging van de AOW-leeftijd door of namens Defensie eerder aan de belanghebbende zijn betaald.

4 De uitbetaling van de tegemoetkoming AOW-hiaat stopt op de eerste dag van de maand volgend op het overlijden van de belanghebbende.

Artikel 4

De Voorlopige voorziening tegemoetkoming inkomensderving als gevolg van ophoging AOW-leeftijd wordt ingetrokken.

Artikel 5

Deze regeling treedt in werking op de dag na de datum van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2013.

Artikel 6

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tegemoetkoming AOW-hiaat Defensie.