wetzoeker

2 — Strafvorderingsbeleid Richtlijn voor strafvordering strafrechtelijke aansprakelijkheid voor de aanvoer van niet of onjuist gedocumenteerde vreemdelingen

Strafvorderingsbeleid

In alle gevallen waarin wordt vermoed dat een vervoerder als gevolg van het nalaten van de zorg- of afschriftplicht een niet of onjuist gedocumenteerde vreemdeling binnen Nederland heeft gebracht, wordt daarvan proces-verbaal opgemaakt. Er wordt proces-verbaal opgemaakt voor iedere afzonderlijke vreemdeling: een zogenoemde ‘inadmissable’. Alle processen-verbaal worden doorgezonden aan het openbaar ministerie. Voor het opleggen van een sanctie is het niet relevant of de zorgplicht dan wel de afschriftplicht is nagelaten.

Uitgangspunt is dat voor elke overtreding een OM-strafbeschikking wordt uitgevaardigd. Voor iedere inadmissable wordt afzonderlijk gesanctioneerd. De hoogte van de geldboete wordt ingegeven door de ernst van het feit, met name het ongewenste gevolg van het inreizen van zogenaamde technisch onuitzetbare vreemdelingen en de daarmee gepaard gaande kosten, voortvloeiend uit het niet kunnen effectueren van de civiele terugnameclaim (artikel 65 Vw) en de noodzaak tot het behandelen van wellicht bij voorbaat kansloze asielaanvragen. Bij de hoogte van de richtlijn is als uitgangspunt genomen dat overtreding van artikel 4 Vw 2000 in de regel gepleegd wordt door een rechtspersoon.

Overtreding van art. 4, lid 1 t/m 3 Vreemdelingenwet 2000

Per inadmissable | Geldboete € 2.000

Bijzonderheden: Bij zeer verwijtbare overtredingen dan wel veelvuldige overtreding dagvaarden en ter zitting een aanzienlijk hogere boete eisen.

Regeling
Richtlijn voor strafvordering strafrechtelijke aansprakelijkheid voor de aanvoer van niet of onjuist gedocumenteerde vreemdelingen
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
02-09-2026
BWB-id
BWBR0053070
Versie
2026-09-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl