wetzoeker

5.2.2 — Vergunningsfase Werkwijze bij concentratiezaken

Vergunningsfase

55. Gewoonlijk voert de ACM nadat het meldingsbesluit is genomen en voorafgaand aan het indienen van de aanvraag voor een vergunning een startgesprek met partijen. Het startgesprek wordt normaliter twee weken vóór de aanvraag georganiseerd. Het startgesprek heeft tot functie om het proces rondom de vergunningsaanvraag te bespoedigen, de werkwijze van het zaakteam in de vergunningsfase op hoofdlijnen toe te lichten en terug te blikken op de meldingsfase. Aan partijen wordt gevraagd tijdig hun bespreekpunten voor het startgesprek aan de ACM te communiceren. Uiterlijk drie werkdagen voor het startgesprek deelt de ACM de agenda met bespreekpunten van partijen en ACM per e-mail met partijen.

56. In de Regeling gegevensverstrekking Mededingingswet is bepaald welke gegevens partijen moeten verstrekken bij de aanvraag voor een vergunning. Dit is uitgewerkt in het Formulier aanvraag vergunning. Partijen kunnen de ACM schriftelijk verzoeken om bepaalde vragen uit het aanvraagformulier onbeantwoord te laten wanneer zij deze niet kunnen beantwoorden. Daarbij dienen partijen de redenen te vermelden waarom zij bepaalde informatie niet kunnen verschaffen. Tijdens het startgesprek kunnen partijen met de ACM overleggen welke vragen uit het vergunningsformulier onbeantwoord kunnen worden gelaten. De ACM zal zorgen voor een schriftelijke vastlegging van hetgeen in het startgesprek is besproken met partijen.

57. De behandeltermijn voor een vergunningsaanvraag bedraagt dertien weken, ingaande op de dag van ontvangst van de aanvraag door de ACM.

13 Artikel 44, eerste lid, Mw.

Indien de behandeltermijn in de vergunningsfase volgens de telling zou eindigen op een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag, eindigt deze op de werkdag voorafgaand aan deze zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag.

14 De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de behandeltermijn van de vergunningsfase, omdat deze meer dan 12 weken bedraagt (artikel 4 onder a van de Algemene Termijnenwet).

De ACM kan de behandeltermijn in de vergunningsfase in overleg met partijen meerdere keren opschorten.

15 Op grond van artikel 4:15, tweede lid Awb.

58. In de vergunningsfase kan de ACM ook aanvullende vragen stellen. De ACM stelt de aanvragende partij dan in de gelegenheid om de aanvraag aan te vullen.

16 Artikel 4:5 Awb.

De ACM stelt daarbij een passende termijn waarbinnen partijen de vragen moeten beantwoorden. De behandeltermijn wordt opgeschort met ingang van de dag nadat de aanvullende vragen worden gesteld tot de dag waarop de aanvulling door de ACM is ontvangen, of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.

17 Artikel 4:15 Awb.

De ACM kan de termijn voor beantwoording verlengen indien partijen de aanvullende vragen niet binnen de daarvoor gestelde termijn kunnen beantwoorden.

59. Met betrekking tot de juistheid en volledigheid van de bij de aanvraag voor een vergunning verstrekte informatie geldt hetzelfde als in de meldingsfase (zie randnummer 50). De ACM kan bovendien een verleende vergunning intrekken wanneer de verstrekte gegevens zodanig onjuist waren dat op de aanvraag anders zou zijn beslist als de juiste gegevens wel bekend zouden zijn geweest.

18 Artikel 45 Mw.

Regeling
Werkwijze bij concentratiezaken
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
26-08-2026
BWB-id
BWBR0053054
Versie
2026-08-26_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl