wetzoeker

4.4.3 — Toerekening rente op vreemd vermogen aan vaste inrichting bij fiscale eenheid Beleidsbesluit toepassing internationaal belastingrecht in de winstsfeer 2026

Toerekening rente op vreemd vermogen aan vaste inrichting bij fiscale eenheid

Op grond van artikel 15e, eerste lid, Wet Vpb 1969 wordt bij een belastingplichtige met winst uit een andere staat, de winst verminderd met de positieve en de negatieve bedragen van de winst uit die staat. Een van de aspecten van het berekenen van de winst uit een andere staat is het bepalen van de rentelast ter zake van het aan een vaste inrichting gealloceerd vreemd vermogen. Daarbij zijn er verschillende methodes toepasbaar. Mijn voorkeur gaat uit naar de zogenoemde ‘fungibility approach’, waarbij na de allocatie van het vermogen de rentelast van het lichaam naar rato van het toegerekend vreemd vermogen wordt gealloceerd aan de vaste inrichting.

54 Zie in dit verband ook het Besluit winstallocatie vaste inrichtingen 2022.

Een bijzondere situatie in dit kader is die waarin sprake is van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. In zijn algemeenheid geldt de regel van artikel 15ac, vierde lid, Wet Vpb 1969, namelijk dat de vermindering van belasting ingevolge voorschriften ter voorkoming van dubbele belasting wordt berekend alsof de maatschappijen van de fiscale eenheid één belastingplichtige zijn. Op deze hoofdregel wordt in artikel 15ac, vijfde lid, Wet Vpb 1969 echter een uitzondering gemaakt. Op basis van deze bepaling wordt, kort gezegd, de bij de berekening van een vermindering ter voorkoming van dubbele belasting in aanmerking te nemen buitenlandse winst van de fiscale eenheid in bepaalde gevallen gecorrigeerd.

De vraag is gesteld wat artikel 15ac, vijfde lid, Wet Vpb 1969 betekent voor de in dit kader toe te rekenen rentelasten aan een in het buitenland gelegen vaste inrichting, met name of daarbij moet worden uitgegaan van de rentevoet van de gehele fiscale eenheid of van die van de maatschappij die over de vaste inrichting beschikt.

Artikel 15ac, vijfde lid, Wet Vpb 1969 is vanaf 1 januari 2018 aangepast.

55 Overige fiscale maatregelen 2018 (Stb. 2017, 518).

Vóór deze wetswijziging zag deze bepaling uitsluitend op interne financieringskosten die toerekenbaar zijn aan een vaste inrichting (of aan vastgoed), maar als gevolg van de fiscale eenheid niet in de winst van de fiscale eenheid tot uitdrukking komen. Deze bepaling zag dus niet op het, zoals in de gestelde vraag, bepalen van de te hanteren rentevoet. Daarom kon toen, gelet op de hoofdregel van artikel 15ac, vierde lid, Wet Vpb 1969, bij de toerekening van de financieringskosten aan de vaste inrichting worden uitgegaan van de gemiddelde rente over het vreemd vermogen van de gehele fiscale eenheid.

Vanaf 1 januari 2018 volgt uit artikel 15ac, vijfde lid, Wet Vpb 1969 dat bij toepassing van de objectvrijstelling door een fiscale eenheid in feite een vergelijking moet worden gemaakt tussen:

1. de objectvrijstelling toegepast op het niveau van de fiscale eenheid; en

2. de objectvrijstelling toegepast als ware er geen fiscale eenheid.

Als vanwege de fiscale eenheid bij de toepassing van de objectvrijstelling een ander bedrag aan buitenlandse winst in aanmerking zou worden genomen dan zonder de fiscale eenheid het geval zou zijn, dan wordt de winst uit een andere staat tot het bedrag in aanmerking genomen dat die winst zou hebben belopen bij afwezigheid van de fiscale eenheid. Dit betekent in wezen dat voor de berekening van de onder de objectvrijstelling vrij te stellen winst de fiscale eenheid wordt weggedacht en dat het vennootschapsniveau – dat wil zeggen de winst van de vennootschap die over de desbetreffende vaste inrichting beschikt – bepalend is.

Het voorgaande betekent dat vanaf 1 januari 2018 bij de toepassing van de objectvrijstelling rentelasten aan een vaste inrichting worden toegerekend op basis van de gemiddelde rente over het vreemd vermogen van de gevoegde vennootschap met de vaste inrichting in plaats van (zoals vóór 1 januari 2018) de gemiddelde rente over het vreemd vermogen van de gehele fiscale eenheid.

Regeling
Beleidsbesluit toepassing internationaal belastingrecht in de winstsfeer 2026
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
20-08-2026
BWB-id
BWBR0053045
Versie
2026-08-20_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl